– Het verhaal van Bill Tudhope

Een RAF-piloot, die “de laatste drenkeling van Schokland”werd
N.a.v. lezing door Hans Hollestelle, Museum Schokland
Met dank aan Hans Hollestelle voor de foto’s.

 

 

 

 

 

 

Inleiding
Op 24 augustus 1940 kwam er een melding binnen op het politiebureau van Kampen dat er een lijk gevonden was op Schokland. Het stoffelijk overschot lag vastgebonden aan een paal aan de westkant van de Zuidpunt van Schokland. Enig speurwerk ontsluierde dat het ging om de 21-jarige William Frank Tudhope, een piloot bij de RAF. Wie was die piloot en sterker nog hoe kwam hij daar terecht? Over die laatste vraag tast men nogal altijd in het duister, want zowel Tudhope’s vliegtuig als de overige bemanning zijn nooit gevonden. Vermoedelijk hebben vissers of werkers aan de dijk het levenloze lichaam gevonden en deze vastgebonden, enerzijds opdat het lichaam niet zou wegdrijven en anderzijds om het niet te hoeven melden aan de Duitse autoriteiten. Op 27 augustus 1940 werd William Frank Tudhope piloot officier van het 144e squadron onder grote belangstelling en met Duitse militaire eer begraven op de begraafplaats van Kampen.
Enkele jaren geleden stelde de heer M. Koers, voormalig politie-inspecteur bij de Kampense politie, zijn persoonlijk archief over deze zaak ter beschikking aan Museum Schokland. Hans Hollestelle, bestuurslid van de vereniging Vrienden van Schokland en daarnaast ook hoofdredacteur van het cultuurhistorische tijdschrift De Vriendenkring, raakte gefascineerd door dit merkwaardige verhaal en hij begon zich te verdiepen in Bill Tudhope. Sinds een aantal jaren geeft hij lezingen over “De laatste drenkeling van Schokland”, zoals onlangs in het veteranencafé te Dronten.

Korte biografie
William Frank Tudhope werd geboren op 5 maart 1919 inJohannesburg, Zuid Afrika als eerste zoon van een voormalig jachtvlieger tijdens de Eerste Wereldoorlog, John Henry “Tuddy” Tudhope. Hij was zelfs een “Ace” geweest. Een term, die gebruikt werd voor vliegeniers, die 5 of meer vliegtuigen neergehaald hadden. In 1920 werd John Tudhope vlieginstructeur bij de Canadese luchtmacht. Maar toen sloeg het noodlot toe. De twee jongste zonen van het gezin Tudhope kwamen om bij een kanovaart en hun moeder raakte zo in een depressie dat zij weg wilde uit Canada, terug naar Zuid Afrika. Tijdens de boottocht werd, zoals in die tijd gebruikelijk was, onderweg aangelegd in één van de grote Engelse havens. Daar werd jonge Bill achtergelaten. Hij ging naar Ryde School, een kostschool  op het eiland Wight. In 1938 nam Bill dienst bij de Royal Artillery. Hij wilde dolgraag jachtvlieger worden, net als zijn vader, maar al snel bleek dat Bill te lang was voor een jachtvliegtuig. De enige optie, die voor hem overbleef om toch te kunnen vliegen, was een bommenwerper. Op 17 september 1938 werd hij bevorderd tot waarnemend pilot officer bij de RAF. Na gediend te hebben bij verschillende squadrons werd Tudhope bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 oorlogsvlieger.

Carrière
Bill Tudhope kwam terecht bij het 144e squadron en zijn standplaats werd Hemswell, Lincolnshire. Het type vliegtuig, waarin hij vloog, was de Handley Page Hampden I jachtbommenwerper. Tot juli 1940 was hij tweede kapitein dan wel navigator. Vanaf juli werd hij zelf gezagsvoerder.
Op 25 juli 1940, slechts enkel weken vóór zijn dood, werd Bill Tudhope onderscheiden met de Distinguished Flying Cross (D.F.C.). Hij ontving deze onderscheiding voor zijn heldhaftig optreden tijdens het bombardement op de haveninstallaties rond Wilhelmshaven bij Bremen. Tudhope was captain op die vermaarde vlucht. Met het gebied rond Wilhelmshaven in zicht, werd zijn toestel aan de linkervleugel geraakt door luchtafweerinstallaties boven Emden. Toch wist Tudhope zijn doelwit te bereiken en zette hij met zijn toestel de aanval in. Tijdens het aanvliegen werd echter ook de rechterpropeller geraakt, waardoor het propellerblad krom werd. Door rondvliegende granaatscherven werd het achterwiel van het vliegtuig stukgeschoten. Het roer aan de staart werd aan beide zijden geraakt. De navigator werd ook diverse keren getroffen door granaatscherven. Gelukkig bleven ze in zijn vliegerskleding steken en raakte hij niet persoonlijk gewond. De staartschutter had ondertussen al zijn munitie verschoten op de gronddoelen achter het vliegtuig. Tudhope slaagde erin om het vliegtuig naar veilige hoogte te brengen. Maar ondanks de schade besloot hij om toch tot een tweede aanval over te gaan. Ditmaal vlogen ze nog lager en opnieuw kwamen hij en zijn bemanning terecht in een waar spervuur dat ze wederom wisten te overleven. Vervolgens wierpen ze hun mijnen af en keerden huiswaarts, alleen en ook nog zonder navigatiemiddelen. Desondanks wisten ze het RAF station Hemswell in Engeland te bereiken. Maar het werd wel een moeizame lading. Allereerst omdat het staartroer kapot was en er een landingsgestel achter ontbrak en bovendien moest wat er nog over was van het gestel met de hand worden uitgedraaid.

De laatste vlucht
In de nacht van 10 op 11 augustus steeg Bill Tudhope samen met drie andere bemanningsleden, een navigator en twee boordschutters op in toestel P4368. Hun doel was de olie-installaties in Homberg, nabij Duisburg, Duitsland. Zoals bij vele piloten was de vliegroute over het IJsselmeer veruit favoriet, omdat het water zelfs in het donker een goed herkenningspunt was. Wat er toen precies is misgegaan, is onbekend, maar zeker is dat deze vlucht voor Tudhope en zijn bemanning de laatste vlucht zou worden, het toestel keerde nooit meer terug. Er is niet te achterhalen of het toestel gecrasht is op de heenreis of bij terugkeer. Evenmin is bekend of Tudhope nog in staat is geweest om zijn parachute te gebruiken of dat daar geen tijd meer voor was. Er zijn geen meldingen te vinden van Duitse jachtvliegtuigen over geraakte objecten en ook zijn er geen meldingen geweest van de reddingswerkers, die meestal in actie kwamen, wanneer een vliegtuig te water raakte. Mogelijk zou het wrak met aan boord de overige bemanning zich bevinden nabij het Markermeer. Volgens Hollestelle zou dat het meest logisch zijn, gezien de stroming in die tijd en de plek, waar uiteindelijk het stoffelijk overschot van Tudhope is aangetroffen. Maar zelfs de geringste sporen, die kunnen wijzen in de richting van de vindplaats zijn tot op heden nergens aangetroffen.

De begrafenis
William Frank Tudhope werd met militaire eer begraven door de Duitse bezetter op de Algemene Begraafplaats van Kampen (sinds 2009 “De Zandberg”genaamd). Deze begraafplaats is net gelegen buiten Kampen in de aangrenzende gemeente IJsselmuiden. Voor deze gelegenheid was er speciaal een bataljon SS-soldaten naar Kampen gekomen, want ze waren daar niet gelegerd. Ook een eenheid van de Luftwaffe was aanwezig.

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens de begrafenis werd aan de Engelse piloot militaire eer gebracht door saluutschoten af te vuren. Het Duitse eerbetoon was op zich niet opvallend. Vooral in deze fase van de oorlog aan het Westfront werd de militaire erecode nog gehandhaafd. Een onderdeel van deze code was het eervol behandelen van de stoffelijke overschotten van de tegenstanders. Deze code vormt overigens ook een onderdeel van de Conventie van Genève, namelijk artikel 17.

Na de begrafenis kreeg het graf van Bill Tudhope een platte steen als markering. In 1952 bezocht Williams vader het graf van zijn zoon voor het eerst. Nog altijd ligt William Frank Tudhope begraven op deze begraafplaats. Zijn graf heeft na de oorlog, evenals de overige militaire graven op deze begraafplaats, de overbekende witte halfronde grafzerk gekregen. Tijdlang stonden er dan ook twee grafstenen op zijn graf. Jaren later, in 1931, werd een nieuwe aula gebouwd. Toen is ook besloten om de platte steen een nieuwe plek te geven, namelijk in een kring met meerdere stenen om de aula.

Tot slot
Toen het vliegtuig niet meer terug keerde naar de basis in Engeland, werd het toestel en zijn bemanning geregistreerd als failed to return. Nadat in april 1941 nog steeds geen bericht van de bemanning was ontvangen, werd verondersteld dat allen gesneuveld waren en dat ze niet langer meer als vermist konden worden beschouwd. De namen van de omgekomen militairen werden toen vermeld in de krant:
-pilot officer W.F.Tudhope (D.F.C.)
-sergeant S.L.S. Belton (D.F.M.) – omdat hij lager in rang was, ontving hij voor de missie boven Wilhelmshaven de Distinguished Flying Medal. Ook Belton is nog steeds onderwerp van een studie door iemand in Zwolle.
-sergeant A.J. Griffiths
-sergeant D. MacKay.

Totdat er meer aanwijzingen zijn over de ware toedracht, blijft het speculeren. Wellicht dat het rapport van de politiefunctionaris die Tudhope onderzocht heeft meer licht kan werpen op deze zaak. Doch daarvoor is het wachten op de digitalisering van enkele archieven, zodat ook die ingezien kunnen worden. Pas dan zal het hele verhaal volledig verteld kunnen worden.

Bronnen:

Hollestelle, Hans –De laatste drenkeling van Schokland; voor Engelse versie van de lezing, zie http://www.isle-of-wight-memorials.org.uk/people-ryd/tudhope_wf.pdf

aanvullende informatie:
Kevin Prenger –projectleider www.go2war2.nl
airforce.ca/awards