-De trein naar het oosten – Caroline Moorehead

De trein naar het oosten

Auteur: Caroline Moorehead
Boekvorm: paperback
Pagina’s:374
Uitgever: Meulenhoff
Uitgebracht: april 2012
ISBN: 978.90.290.8810.7

 

Bespreking:Vergeten zou een gedachte van verraad zijn, vond Charlotte Delbo. Wat haar en haar vriendinnen overkomen was tijdens de tweede wereldoorlog en dan vooral in de kampen- wilde ze niet vergeten. Ze kon het ook niet vergeten. Charlotte Delbo was één van de 230 Franse verzetsvrouwen, die bereid waren om hun leven te offeren om de levens van anderen te redden. Uiteindelijk kwamen ze in Auschwitz terecht en een aantal van hen later ook nog in kamp Ravensbrück. Van de 230 vrouwen overleefden slechts 49 de oorlog. Caroline Moorehead, een journaliste op het gebied van mensenrechten en met al diverse biografieën op haar naam, werd nieuwsgierig naar wat deze vrouwen gedreven had om in het verzet te gaan en hoe zij in staat waren geweest om die vreselijke tijd in de kampen te overleven. In 2008 ging zij op zoek en vond nog 7 vrouwen in leven en met hen ging ze vele gesprekken aan wat resulteerde in het verschijnen van het boek ”A train in winter”dat thans in Nederland is uitgebracht door uitgeverij Meulenhoff onder de titel “De trein naar het oosten”.

Bij concentratiekampen als Auschwitz denken we veelal aan het leed dat de Joden is overkomen, maar ook mensen uit het verzet hadden het zwaar te verduren in de kampen. Daarvan getuigt dit indrukwekkende boek “De trein naar het oosten”. Eigenlijk bestaat het boek uit twee delen. Het eerste deel begint in juni 1940 toen Frankrijk voor het grootste deel bezet werd door de Nazi’s. Slechts het zuiden bleef vrij. Vrijwel in het begin van de bezetting ontstond ook het verzet van zowel mannen als vrouwen. Eerst waren het spontane daden, maar later werden dat meer georganiseerde acties. Als deskundige op gebied van mensenrechten richt Caroline Moorehead zich als snel op de vormen van verzet en de verzetsstrijders. Ze belicht in haar boek voornamelijk de vrouwen. Helaas personifieert de auteur nogal veel vrouwen, dat geeft de lezer het gevoel soms een beetje overvoerd te worden. Er komt ook geen echte binding tot stand met de hoofdpersonen. Daar staat tegenover dat door de brede opzet er wel een goed beeld gecreëerd wordt van het Franse verzet.

Aan de hand van korte biografieën en met motivaties, waarom de vrouwen in het verzet gingen, schetst Moorehead een beeld van deze Franse vrouwen. De meesten van hen waren communisten en er zaten ook intellectuelen onder, zoals een tandarts, scheikundigen en een journaliste. Hoewel hun leeftijden uiteen liepen, beschikten alle vrouwen over grote moed. Sommigen van hen waren al diverse keren gearresteerd, maar dat weerhield hen niet om toch weer door te gaan met hun verzetsdaden. Die daden varieerden van het rondbrengen van valse papieren, onderduikers verbergen en het maken van explosieven. Een aantal van hen had kinderen, die ze onderbrachten in pleeggezinnen, waar ze veilig zouden zijn. Dat was een groot offer dat van hen gevraagd werd, want veel kinderen zouden na de oorlog hun moeder nooit meer terug zien. Sommige vrouwen waren al diverse malen gearresteerd, maar die arrestaties konden hen niet ervan weerhouden door te gaan met hun verzetswerk. Tot ergernis van de Nazi’s, die daarom steeds harder gingen optreden. Dankzij verraad en infiltratie lukte het de Nazi’s om verschillende netwerken op te rollen. Voor 230 vrouwen resulteerden hun arrestaties in een transport naar het oosten, naar Auschwitz, waar hun vreselijke lot een lange tijd onopgemerkt bleef.

Deze kampervaringen staan centraal in het tweede en aangrijpendste deel van dit boek en die zullen de lezer zeker niet onberoerd laten. Caroline Moorehead doet breedvoerig verslag van de ontberingen, de ziektes en de experimenten, die deze vrouwen ondervonden. Het enige wat hen motiveerde om alle ellende aan te kunnen, was hun onderlinge verbondenheid, al waren er zo nu en dan ook momenten van egoïsme als het ging om eten of drinken. Maar de vriendschap won het iedere keer weer. De Franse vrouwen waren trots op deze vriendschap, die zo belangrijk was geworden dat de eenzaamheid niet meer te verteren viel voor degenen, die ze moesten achterlaten toen de groep opgesplitst werd om naar andere kampen te gaan. De diep tragische verhalen spreken voor zich en aangedikte emoties zijn niet nodig. Caroline Moorehead maakt zich hieraan ook niet schuldig. Daaruit blijkt de routine, die ze heeft als journaliste.

Wat zeker niet minder interessant is, zijn de gevolgen van deze ervaringen na de oorlog, die Moorehead aan het einde van haar boek beschrijft. Zo bleven de Franse verzetsvrouwen na de hereniging met hun kinderen altijd vreemden voor hen. Ze hadden moeite met aanpassen en voelden zich verward. Het was alsof ze in een vreemd land waren terecht gekomen. Sommigen wilden kinderen hebben, maar waren vaak niet in staat om ze te verzorgen, omdat verdriet een te grote plaats bleef innemen in hun leven. De meeste moeite hadden de vrouwen met de verwerking van hun ervaringen. Ze herbeleefden hun ervaringen vaak in nachtmerries. Ze konden niet tegen het alleen zijn, terwijl ze juist eenzaam waren. Ze wilden over hun ontberingen praten, maar konden het niet, omdat hun toehoorders de verhalen vaak te gruwelijk vonden om naar te luisteren. Ze zwegen daarom liever over de herinneringen, die voor eeuwig in hun geheugen gegrift stonden. Het diepe geheugen ofwel het geheugen van de zintuigen noemt Charlotte Delbo de herinneringen aan de gebeurtenissen in Auschwitz. De lezer zal na het lezen van “De trein naar het oosten” dan ook niet verwonderd zijn door de woorden van Charlotte, die zei: “Kijkend naar mij zul je denken dat ik leef…Ik leef niet. Ik ben in Auschwitz gestorven, maar niemand weet dat.”

Beoordeling: X X X X Zeer goed