-De boodschapper uit de hel -Kevin Prenger

cover_gerstein_400De boodschapper uit de hel
Hoe SS-officier Kurt Gerstein probeerde de Holocaust te stoppen

Auteur: Kevin Prenger
Boekvorm: paperback met zwart-wit afbeeldingen
Pagina’s: 148
Uitgever: Brave New Books
Uitgebracht: september 2016
ISBN: 978.94.02148.619

 

Bespreking:‘ Wir haben es nicht gewüsst’ is de veelgehoorde uitspraak met betrekking tot de vergassing van Joden in de concentratiekampen. Een uitspraak die veel minder op waarheid berust dan lang gedacht werd. Er waren diverse signalen dat er meer aan de hand was in de kampen dan de nazi’s wilden doen geloven. Eén van de mensen die waarschuwde, was Kurt Gerstein, officier bij de Waffen-SS. Hij was onder meer belast met de verstrekking van het Zyklon-B gas voor de vernietiging van de Joden. Kevin Prenger, projectleider van de site Go2War2.nl, verdiepte zich in deze intrigerende man met als resultaat het boek ‘De boodschapper uit de hel: Hoe SS-officier Kurt Gerstein probeerde de Holocaust te stoppen.’

In tegenstelling tot wat de lezer zou verwachten, is ‘Boodschapper uit de hel’ geen heldenverhaal geworden en in alle eerlijkheid kan dat ook niet. Kurt Gerstein was een personage met een dubbelleven, waarover veel gediscussieerd is. Als Duitser in dienst van de Waffen-SS probeerde hij de geallieerden te waarschuwen voor de afschrikwekkende vernietiging van de Joden die in de kampen als Belzec, Sobibor en Treblinka gaande was. Voor het naar buiten brengen van zijn rapport was hij daarom afhankelijk van anderen, want als hij zelf er mee naar voren zou komen, zou hem de doodstraf wachten. Echt verwonderlijk dat hij stuitte op ongeloof, is het dan ook niet, want waar stond Gerstein nu precies? Was hij een echte verzetsman of toch een nazi in hart en nieren? Zijn vader, een nationalist, steunde het regime immers onvoorwaardelijk. Zelf werd hij lid van de NSDAP, meldde zich aan bij de SA en nam later dienst bij de Waffen-SS.

In dit bondig geschreven boek geeft auteur Kevin Prenger een goede onderbouwde analyse over de persoon Gerstein, waarin hij de argumenten die in het voordeel van Gerstein pleiten afzet tegen de argumenten die in zijn nadeel zijn en dat zijn er meer dan je verwachten zou. Over de reden bijvoorbeeld waarom Gerstein zich aangemeld had voor de Waffen-SS heerst veel onduidelijkheid. Hierdoor dreigt de balans aan de negatieve kant door te slaan. Naar eigen zeggen had hij dit gedaan, omdat hij ontdekt had dat er een euthanasieprogramma was opgezet – Aktion T4 om mensen met een geestelijke handicap om te brengen. Doch Gerstein trad al in dienst vóór hij op de hoogte was van het euthanasieprogramma. Een andere keer voerde hij als reden aan dat hij het systeem van binnen uit wilde veranderen. Dit lijkt sterk in strijd te zijn met de snelle carrière die Gerstein maakte binnen de SS. Bovendien werkte hij mee aan de massavernietiging in de kampen door grote hoeveelheden van het gas Zyklon-B te bestellen. In één verklaring wordt zelfs vermeld dat Gerstein optrad als een bruut.
Het rapport dat Gerstein geschreven heeft, roept eveneens vragen op. Enerzijds wordt het geprezen, omdat dit verslag de eerste belangrijke beschrijving is van wat in de kampen voorviel. Anderzijds laat de onnauwkeurigheid in de details voldoende ruimte voor twijfel over de goede bedoelingen van de SS-officier. Volgens de auteur kan de kritiek op Gerstein niet los gezien worden van het feit dat hij niet in zijn missie geslaagd was. Zou zijn rapport wel op de juiste plaats van bestemming zijn gekomen, dan zou Gerstein heel anders de geschiedenisboeken zijn ingegaan.

Gerstein vroeg iedereen om hulp tot aan het Vaticaan toe, maar adequate hulp bleef uit. De kerken verzetten zich tegen de inperking van hun bevoegdheden, maar veel verder ging hun verzet niet, op het individuele handelen van enkele priesters na, concludeert Prenger op basis van zijn onderzoek. Het christelijke principe van naastenliefde ten aanzien van de Joodse bevolking werd heel snel vergeten, zodra het hun verhouding met het naziregime dreigde te schaden. Angst speelde daarbij een grote rol. Bovendien was het de vraag of een verzet vanuit de kerk het gewenste effect zou hebben gehad. Onder de bevolking heerste een zekere mate van onverschilligheid ten opzichte van de Joden, voert Prenger aan als argument waarom er niet meer opstand is geweest tegen de vernietigingsdrang. Antisemitisme was een geaccepteerd fenomeen onder de Duitse bevolking en al voor de oorlog aanwezig, zo schrijft hij in zijn boek. Een mild oordeel gezien de ontwikkelingen in die tijd. Immers, al in de 19de eeuw kwam het antisemitisme sterk op en niet alleen in Duitsland. Vanaf 1900 ging het steeds meer de racistische kant op. Dat was de belangrijkste reden waarom veel landen geen hulp wilden bieden aan de vluchtende Joden, Amerika incluis. Gedurende de oorlog keerde het tij en begonnen de geallieerden meer stelling te nemen tegen het nationaalsocialisme. Terecht merkt de auteur op dat het achteraf gezien een bedenkelijke kwestie is dat de geallieerden niets deden met de informatie over de vernietiging van de Joden. Er waren diverse mogelijkheden en al waren ze niet 100 % effectief geweest, ze hadden toch zeker een signaal afgegeven. De Duitse berichtgevingen – want Gerstein was niet de enige – werden echter door de geallieerden met grote argwaan bekeken. Waar de auteur even aan voorbij gaat, is dat die zeer sceptische houding gevoed was door Churchills enorme wantrouwen tegenover de Duitsers. Sterker nog, de toenmalige Engelse premier weigerde te geloven dat er ook betrouwbare Duitsers bestonden.

Hoe verging het Gerstein verder? Op het eind van de oorlog werden vele Duitsers krijgsgevangen gemaakt door de geallieerden, ook Kurt Gerstein. Hij werd overgedragen aan de Franse Inlichtingendienst. Hij koesterde nog de hoop om te mogen getuigen bij de Neurenbergse processen, maar dat werd hem geweigerd. Een maand na zijn verblijf in de Franse gevangenis was Gerstein dood. Of het om zelfmoord ging of over moord, daarover zijn de meningen nog altijd verdeeld. Een casus die sterk doet denken aan de dood van Rudolf Hess in 1987. Het is speculatief om te stellen dat Gersteins dood hoe dan ook de geallieerden wel goed uitkwam. Zonder zijn getuigenis kon er geen opheldering gevraagd worden, waarom de geallieerden verzaakt hadden in te grijpen, toen de eerste berichten van de massavernietiging bekend werden. Aan dergelijke stelling waagt de auteur als objectief onderzoeker zich dan ook niet. Dat is ook niet de doelstelling van dit boek. Voor Kurt Gerstein werd begin jaren ’50 een poging tot rehabilitatie die uiteindelijk ook gehonoreerd werd, zij het pas in 1965.

Kevin Prenger sluit ‘De boodschapper uit de hel’ af met de opmerking dat de geschiedenis er vermoedelijk anders uitgezien had als er meer moedige en gewetensvolle mensen waren geweest zoals Gerstein. Persoonlijk zou ik die conclusie liever omdraaien: hoe anders had de geschiedenis eruit gezien als het geallieerde kamp gedurfd had te luisteren naar de verontrustende berichten uit Duitsland. Ondanks de voorzichtigheid die hier en daar betracht wordt door de auteur is ‘De boodschapper uit de hel’ een zeer aanbevelenswaardig boek. Het licht een tip van de sluier op over wat mensen beweegt om zich te verzetten en welke afwegingen gemaakt moeten worden om hun doel te kunnen bereiken. Soms vereist dat het bewandelen van ongebruikelijke paden. Het boek belicht ook de tegenwerkingen die men ondervindt als gevolg van groot wantrouwen en door het meespelen van andere belangen. ‘De boodschapper uit de hel’ is een evenwichtig geschreven portret van een bijzondere man: Kurt Gerstein.

 

Beoordeling: X X X X zeer goed