-De jacht op het kwaad- Guy Walters

De jacht op het kwaad

 

 auteur:Guy Walters
Boekvorm: paperback
Pagina’s: 464
Uitgever: het Spectrum
Uitgebracht: mei 2010
ISBN: 978.90.7120.695.5
  

 

 

Bespreking: Na de oorlog vonden de geallieerden het belangrijk dat de voormalige oorlogsmisdadigers berecht zouden worden. Echter, vele Nazi’s, die zich schuldig gemaakt hadden aan misdaden tegen de menselijkheid, waren niet van plan om te blijven wachten op hun arrestaties. Velen probeerden Europa te verlaten om hun heil elders te zoeken om zo hun straf te kunnen ontlopen. De ontsnappingsroutes zouden vooral gelopen hebben via de zogenaamde rattenlijnen van het Vaticaan en via een organisatie genaamd Odessa ( Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen). Het bekend worden van het bestaan van deze organisatie is te danken aan de bestseller “Geheim Dossier Odessa” van Frederick Forsythe. Maar wat is er nu feitelijk waar aan deze verhalen? Wat gebeurde er met de oorlogsmisdadigers na de oorlog en bestonden er organisaties als Odessa? De journalist en schrijver Guy Walters vond het tijd geworden om daar onderzoek naar te doen en hij reisde hiervoor over de hele wereld. Wat hij tegenkwam, schokte hem zo zeer dat hij zijn bevindingen te boek stelde in “`De jacht op het kwaad”.

Guy Walters geniet bekendheid als schrijver van oorlogsthrillers. Wie bekend is met zijn boeken als De Landverrader of De Leider weet dat Walters altijd garant staat voor vlot geschreven boeken met een boeiende inhoud. Dat geldt ook voor dit non-fictie boek “De jacht op het kwaad”. Wat een zoektocht zou worden naar de duizenden ontsnapte Nazi’s, werd uiteindelijk een zoektocht naar de waarheid achter de Naziejacht. Toen Nazi-Duitsland op 8 mei 1945 capituleerde, bleven de moordenaars en voormalige bewakers van de concentratiekampen niet afwachten op wat er met hen zou kunnen gaan gebeuren. Velen doken onder of vluchtten naar het buitenland, het liefst ver weg van Europa. Vooral Zuid Amerika was een erg geliefd continent en in het bijzonder Argentinië. Vanzelfsprekend kon Walters niet alle duizenden gevluchte ex-nazi’s in zijn boek bespreken. Hij volgde daarom de sporen van de meest bekende oorlogsmisdadigers zoals Josef Mengele, Frans Stangl, Adolf Eichmann en Klaus Barbie. Tijdens zijn zoektocht kwam hij tot schokkende ontdekkingen. Die Nazikopstukken, die erin geslaagd waren te ontkomen naar het buitenland, leefden in hun nieuwe vaderland niet dat rijke leven, wat altijd verondersteld werd. De ex-nazi’s leefden veelal onder armoedige omstandigheden en lang niet altijd namen ze de moeite om onherkenbaar hun nieuwe leven voort te zetten. Maar er was meer wat Walters verbaasde. Zo bleek de opsporing naar de oorlogsmisdadigers nogal wat te wensen over te laten.

Op het einde van de oorlog waren de geallieerden met elkaar overeen gekomen dat zoveel mogelijk oorlogsmisdadigers berecht moesten worden en daarom werd er spoedig jacht op hen gemaakt. Eén van de bekendste Nazi-jagers is zonder twijfel de wereldberoemde en alom gerespecteerde Simon Wiesenthal. Ook Walters had bewondering voor deze man tot hij Wiesenthal aan een nader onderzoek onderwierp. Hij was verbijsterend, toen bleek dat de Nazi-jager een leugenaar was, die allerlei mythen in stand hield, zowel over zichzelf als over de zaken, waaraan hij werkte. Wiesenthal wilde graag met de eer strijken over zaken, die hij niet eens opgelost had zoals de zaak Eichmann. Ook in de mythe rondom Martin Bormann, van wie het verhaal ging als zou hij nog in leven zijn, had Wiesenthal zijn aandeel. Diverse keren ontstonden er berichten dat Bormann gesignaleerd zou zijn en de geallieerden gingen naar hem op zoek. Wiesenthal ondersteunde dat verhaal tot in 1972 bleek dat Bormann al lang dood was. Toch behield Wiesenthal zijn reputatie. En er viel nog een mythe te ontzenuwen, die betrekking had met Simon Wiesenthal en dat was de Odessamythe. Deze mythe is in feite ontstaan door medewerking van de Nazi-jager. Toen auteur Frederick Forsythe op zoek was naar een goed onderwerp voor zijn nieuwe boek, voorzag Wiesenthal hem van een dossier over de SS-er Roschmann, dat als inspiratie kon dienen voor zijn boek. Wiesenthal had er geen enkele moeite mee om op deze manier mee te werken aan een fictieve thriller. Voor hemzelf leverde dat immers aandacht op voor zijn levenswerk. Walters sluit niet uit dat er zoiets als Odessa heeft bestaan, een netwerk, waarin ex-nazi’s elkaar hielpen met geld en vluchtpogingen, maar dat netwerk was zeker niet van die omvang, zoals Forsythe die geschetst heeft in zijn boek “Geheim Dossier Odessa”.

 In “De jacht op het kwaad” rekent Walters meedogenloos af met de waas van heiligheid, die rondom Nazi-jager Wiesenthal hangt en hij staaft zijn beschuldigingen met bewijzen. Hij doet dit aan de hand van verschillende documenten en van Wiesenthals eigen memoires, waarin de Nazi-jager zichzelf regelmatig tegenspreekt. Maar wat Walters nog meer schokte dan het bedrog van Wiesenthal, was dat verschillende ex-nazi’s de kans zagen om in dienst te treden bij de geallieerde inlichtingendiensten, die dankbaar gebruik van maakten van hun expertise als infiltranten. Terwijl het ene team jacht maakte op deze misdadigers, hield een ander team hen juist de hand boven het hoofd. Sommige misdadigers, die wel al gearresteerd waren, kwamen ineens weer gemakkelijk vrij in ruil voor hun medewerkingen. Niet alleen Amerika maakte zich schuldig aan het in dienst nemen van voormalige SS-ers voor spionageactiviteiten, ook Engeland nam regelmatig oorlogsmisdadigers in dienst. Zo diende Burchardt, één van de grootste massamoordenaars bij de Engelse inlichtingendienst en later bij de Amerikanen. Klaarblijkelijk was voor de geallieerden -evenals voor het Vaticaan- de dreiging van het Communisme zo groot dat iedereen gaarne bereid was om het gruwelijke verleden van deze misdadigers te vergeten om het rode gevaar maar tegen te kunnen houden. Gelukkig vond Walters mensen, die zich effectiever bezig houden met het opsporen van oorlogsmisdadigers. Het echtpaar Beate en Serge Klarsfeld, die bekendheid kregen door hun jacht op Klaus Barbie, de slager van Lyon, zijn mensen, voor wie Walters bewondering koestert. Zij namen vaak risico’s door daadwerkelijk op onderzoek te gaan in landen, waar de oorlogsmisdadigers zich zouden schuilhouden.

Natuurlijk zijn niet alle onderwerpen, die Walters beschreven heeft in “De jacht op het kwaad” nieuw. Over Eichmann’s arrestatie door de Mossad is al veel gepubliceerd en ook over Barbie en Mengele is al heel veel bekend. Maar wat dit boek toont, is helderheid in de duistere materie van de Naziejacht. Door de mythe van de waarheid te scheiden en daarin is de auteur uitstekend geslaagd. Hij heeft meer inzichtelijk gemaakt welke belangen een rol speelden bij het al dan niet opsporen en berechten van deze misdadigers. Hoewel Walters zijn verbijstering en woede laat doorschemeren in het gedeelte over de geallieerde inlichtingendiensten, is het hem toch gelukt om in een merendeels objectieve stijl dit boek te schrijven, waarin de waarheid fascinerender is dan de mythen zelf. Een goede aanwinst voor allen, die geïnteresseerd zijn in de zoektocht naar de meest gezochte Nazi’s of beter gezegd het falen ervan!

Beoordeling: X X X X  Zeer goed.

Advertenties