-Voorzitter van de Joodse Raad- Erik Somers

Voorzitter van de Joodse Raad
de herinneringen van David Cohen (1941-1943)

 Auteur: Erik Somers  
Boekvorm:genaaid, gebrocheerd, met zwart-wit ilustraties
Pagina’s: 224
Uitgever: Walburg Pers  
Uitgebracht: 13 april 2010
ISBN:978.90.5730.536.8

 
 
 
 Bespreking: Over geen instantie is zoveel discussies geweest als over de Joodse Raad vanwege zijn omstredenheid. De Raad werd immers collaboratie met de Duitse bezetter tijdens de oorlog verweten. In één adem met de Joodse Raad vallen meteen ook de namen van zijn voorzitters, te weten  Abraham Asscher en David Cohen. Na de oorlog heeft Cohen zich afzijdig gehouden van de discussies over de handelswijze van de Joodse Raad. Lou de Jong vond het echter belangrijk dat Cohen’s   visie werd vastgelegd en benaderde Cohen met de vraag of  hij zijn herinneringen zou willen dicteren. Na lang aandringen ging Cohen hiermee akkoord  en zo ontstonden in 1956 de  Herinneringen van David Cohen. Uitgezonderd de publicatie in het Nieuw Israëlitische Weekblad, was deze versie alleen beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek en niet toegankelijk voor een groter publiek. Voor het eerst verschijnen deze herinneringen nu in boekvorm onder de titel: “Voorzitter van de Joodse Raad”.
 
Erik Somers, die verbonden is aan het NIOD en al diverse publicaties over de jaren ’40-’45 op zijn naam heeft staan, is de samensteller van dit boek. Naast de publicatie van de “Herinneringen van prof. David Cohen”, besteedt Somers allereerst aandacht aan David Cohen in de vorm van een korte biografie. En zet hij kanttekeningen bij de Joodse Raad, waarbij hij ook de procesgang na de oorlog over de werkwijze van de Joodse Raad beschrijft. De persoonsbeschrijving van Somers werpt een belangrijk licht op de persoon, die Cohen was en is onontbeerlijk, omdat  daarin enigszins een verklaring te vinden is voor de stempel, die Cohen gedrukt heeft op de Joodse Raad tijdens de oorlog. Uit dat portret blijkt namelijk dat Cohen behalve een intellectuele man ook een tamelijk eigengereid en eigenzinnige man was met grote liefde voor het Joodse leven. Sinds beginjaren van de 20ste eeuw zette hij zich al in voor de vluchtende Joden, die toen afkomstig waren uit Oost-Europa. Maar Cohen was ook erg gezagsgetrouw, een karaktertrek, die hem ervan weerhield om tegen de bezetter in te gaan, zoals ook blijkt uit de “Herinneringen”. Bij voortduring koos Cohen de weg van de onderhandeling, ondanks verschillende waarschuwingen dat daarmee de Joodse Raad onderworpen zou zijn aan de Duitse bezetter.

De “Herinneringen” zijn weergegeven, zoals ze destijds door David Cohen gedicteerd waren. Somers heeft hen slechts voorzien van annotaties en de verouderde spellingswijze en taalgebruik aangepast naar de moderne tijd. Ze geven een indringend beeld van de steeds strenger wordende maatregelen van de Duitsers tegen de Joden, naarmate de oorlog vorderde. Maatregelen, die door de Joodse Raad geaccepteerd werden, waarmee Cohen en zijn medewerkers in feite te kennen gaven eens te zijn met de Nazistische gedachte dat de Joden niet gelijk waren aan de overige Nederlanders. Toen het dragen van de gele ster voor Joden verplicht werd gesteld, merkte Cohen zelfs op dat de gele ster een symbool was om met trots te dragen. Pas later drong het besef van deze woorden pas echt tot hem door, zo verklaarde hij zelf.  En er hebben zich meer incidenten voorgedaan, die aanleiding geven tot twijfels over Cohen’s houding tegenover de bezetter. Ofschoon hij tegelijkertijd trachtte  het lot van de Joden die op transport moesten, dragelijker te maken. Hij tekende bezwaar aan tegen het gebruik van goederenwagons in plaats van personenwagons. Het resultaat was dat een tijdlang personenwagons voor de transporten werden ingezet.

Hoewel Cohen openhartig is geweest over zijn ervaringen tijdens de oorlog, oogt dit geschrift als een verweer voor zijn handelswijze, want van zelfkritiek is weinig sprake. “Als ik niet had geprobeerd, zou ik niet meer kunnen leven. Nu heb ik tenminste het gevoel dat we ons best hebben gedaan, zowel om te verzorgen als om te redden en te rekken,” zo dicteerde hij zelf. Redden en rekken was zijn motto geweest. Joden trachten te redden in afwachting van de komst van de geallieerden en intussen regelmatig in overleg zijn met de Duitse bezetter in de personen van Aus den Fünten en Lages om te proberen de deportaties uit te stellen tegen beter weten in. Moet de man naïviteit verweten worden of komt deze houding toch eerder voort uit zijn gevoel voor plicht en leiderschap?Of was Cohen toch echt een collaborateur?  Dat oordeel is thans aan de lezer zelf, nu de “Herinneringen” toegankelijk is geworden voor iedereen. “Voorzitter van de Joodse Raad” is geen spectaculair boek, vele feiten waren immers bekend, maar door de wijze, waarop Erik Somers dit boek heeft samengesteld, is “Voorzitter van de Joodse Raad” zeker een interessant boek geworden voor een ieder, die meer wil weten over de achtergronden van de Joodse Raad en over de motivaties van zijn voorzitter David Cohen.

Beoordeling: X X X Goed.

Advertenties