– Fullen -Ferruccio Francesco Frisone

FullenFullen

Auteur: Ferruccio Francesco Frisone
Boekvorm: harde cover; geïllustreerd met tekeningen
Pagina’s: 144
Uitgever: Lalito
Uitgebracht: september 2013
ISBN: 978.90.818.8752.6

 

Met dank aan de uitgever voor het gebruik van de afbeeldingen!
Bespreking:“Gevangenschap is kou en honger lijden, verveling en hoop” staat er geschreven in het boek “Fullen” over Ferruccio Francesco Frisone en samengesteld door zijn zoon Giovanni R. Frisone. “Fullen”toont het beeld van de krijgsgevangenschap van Italiaanse militairen in het Duitse kamp Fullen tijdens de Tweede Wereldoorlog door de ogen van de geïnterneerde korporaal Frisone. Opgeroepen in 1942, maakte hij deel uit van het kustbataljon 440, maar Frisone was oorspronkelijk kunstenaar en hij zou dat ook zijn leven lang blijven, zelfs de oorlog kon hem hiervan niet weerhouden. Dankzij Frisones tekenkunst is er een bijzonder verslag bewaard gebleven van het kamp en zijn bewoners. Deze nalatenschap, bestaande uit tekeningen en een dagboek, vormde de basis voor “Fullen” en in 2013 verscheen dit boek in de Nederlandse vertaling van Koen de Groote. De tekeningen, 82 in totaal, zijn gebundeld in een prachtig verzorgde uitgave van de nog jonge uitgeverij Lalito en worden afgewisseld met enkele fragmenten uit het dagboek en met achtergrondinformatie.

fullen_afbeelding-1

Het is een algemene veronderstelling dat militairen in krijgsgevangenschap het beter hadden dan andere gevangenen. Zij konden tenminste rechten ontlenen aan de Conventie van Genève en konden zich beroepen op de richtlijnen van het Rode Kruis. Voor de Italiaanse militairen ging deze gedachtegang echter niet op. Toen de Italiaanse opperbevelhebber Badoglio in 1943 een wapenstilstand met de geallieerden sloot, zagen de Duitsers dit als verraad. De Italiaanse militairen werden gevangen genomen, maar hen werd de status van krijgsgevangenen ontnomen, vanaf dat moment werden zij militair-geïnterneerden genoemd. Het was een strategische zet, want nu vielen de Italiaanse militairen qua behandeling niet langer meer onder de Conventie van Genève en dat was duidelijk te merken in de kampen. De Italianen leden aan ondervoeding en werden getergd door kou en luizen en er heerste tbc. De medische verzorging was uiterst slecht en bij gebrek aan kleding moesten ze soms Duitse uniformen aan. Ze hadden het aanmerkelijk slechter dan hun Franse kameraden, die wel als krijgsgevangenen werden beschouwd.

Frisone was één van die gevangenen. Hij werd samen met andere Italiaanse militairen gevangen genomen in Albanië en van daaruit werd hij getransporteerd naar kamp Fullen, net over de Nederlandse grens. Dit kamp maakte deel uit van de Emslandlager, een complex van in totaal 15 kampen, bestaande uit strafkampen, concentratiekampen en krijgsgevangenkampen. Om afleiding te hebben van de ellende van alledag en om het hongergevoel te verdringen, pakte Frisone het tekenen weer op. Soms in inkt, maar overwegend in potlood. Het diep gewortelde gevoel van kunstenaarschap viel niet te ontkennen, zelfs niet in oorlogstijd. Het tekenen bood hem tevens rust en de kracht om geestelijk in evenwicht te blijven. Zoiets bleef niet onopgemerkt en in het kamp verspreidde het gerucht zich al snel dat er tussen de gevangen een kunstenaar zat. De gevangenen kwamen Frisone om een portret vragen als souvenir en in ruil voor wat voedsel vervaardigde hij diverse portretten.

fullen_afbeelding-2

Stuk voor stuk getuigen deze tekeningen van vakmanschap. De stijl van tekenen is typerend voor Frisone: lange smalle gezichten met smalle lippen en de grote ogen. Maar ze tonen ook het individuele karakter van de geportretteerde gevangenen. De tekeningen zijn gedetailleerd en tonen mannen met angst en machteloosheid, maar ook mannen met berusting in hun lot en sommigen stralen nog trots uit. Zijn manier van tekenen verandert echter zichtbaar na een luchtaanval in mei 1944. Deze gebeurtenis was voor Frisone zo ingrijpend dat die ervaring zijn weerslag vond in het werk van de kunstenaar. De lijnen zijn veelal vager geworden en de portretten geven een aanzienlijk droeviger beeld van de mannen. Dat sombere gevoel werd bij Frisone versterkt doordat hij de opdracht kreeg om kruisen te maken voor de Italianen, die stierven in het kamp. Hun aantal was groot…

Het hoeft geen betoog dat de Tweede Wereldoorlog wordt gekenmerkt door de enorme massavernietiging van de Joden dat plaats vond in de concentratiekampen. Daarover bestaat al heel veel literatuur. Doch de kampen, die werden gebruikt als strafkampen of als kampen voor krijgsgevangenen, zijn aanzienlijk achter gebleven in de belangstelling. “Fullen”is daarom een uniek en emotioneel tijdsdocument in woord, maar veel meer nog in beeld. Het is alsof Frisone de mannen voorgoed heeft willen vereeuwigen. Alsof dit het enige was wat hij kon doen, namelijk ervoor zorgen dat de herinneringen aan zijn kameraden levend zouden blijven door hun gezichten aan het papier toe te vertrouwen en ze na de oorlog zorgvuldig te bewaren. Dat is ook wat de ogen van de gevangen doen, wanneer ze in contact komen met de ogen van de lezer, vragen om erkenning dat ook zij slachtoffer zijn geworden van een onmenselijke oorlog.

 

Beoordeling: X X X X Zeer goed

Advertenties