– De oorlog zit me op de hielen-Arno Bornebroek

De oorlog zit me op de hielen
Hans Teengs Gerritsen 1907-1990

 

Auteur: Arno Bornebroek
Boekvorm: paperback, geïllustreerd met zwart-wit foto’s.
Pagina’s: 150
Uitgever: Boom Uitgeverij
Uitgebracht: 26 februari 2010
ISBN: 978.90.8506.807.5

 

Bespreking: Voor velen was hij na de oorlog- in het bijzonder in de jaren ’70- het boegbeeld van het Nederlandse verzet: Hans Teengs Gerritsen. En dat terwijl zijn naam niet eens genoemd werd in het lijvige werk “Het Koninkrijk der Nederlanden” van Lou de Jong. Slechts in enkele studies werd Teengs Gerritsen besproken en dan nog ten dele, dat gebeurde door Jolande Withuis in haar standaardwerk “Na het Kamp” en dat gold even zeer voor Hinke Piersma en haar studie over de Drie van Breda. Daarnaast genoot Teengs Gerritsen ook grote bekendheid vanwege zijn sterke vriendschapsband met Prins Bernard. Maar Hans Teengs Gerritsen was veel meer dan alleen een boezemvriend van de prins. Dat vonden zijn zoon Hans en diens tweelingzus Hilda en zij namen het initiatief voor de aanvullende biografie “De oorlog zit me op de hielen”, waarvan Arno Bornebroek de auteur is.

Bornebroek, die eerder promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op de biografie van minister-president Th. Heemskerk en reeds diverse publicaties op zijn naam heeft staan, heeft zich verdiept in het soms raadselachtige leven van Hans Teengs Gerritsen en dat leverde een interessant boek op. Interessant, omdat in tegenstelling tot wat men zou verwachten, het geen heldendicht is geworden. Het is een kritische beschouwing, waarbij voornamelijk de oorlog en de naoorlogse periode in het leven van Teengs Gerritsen centraal staat. Hans Teengs Gerritsen blijkt een strijdvaardig man te zijn geweest tijdens zijn leven. Een karaktertrek, die hij ontwikkeld had in zijn jonge jaren, toen hij een fervent ijshockeyspeler was en die hij later ook goed kon gebruiken, zowel in de oorlog als daarna. In de oorlog werkte Teengs voor de Inlichtingendienst in Londen. Lang heeft dat spionagewerk niet mogen duren, want al op 5 juni 1942 werd hij met circa 51 mensen van dezelfde groep gearresteerd. Na verblijf in de gevangenis in Scheveningen kwam Teengs via Kamp Amersfoort terecht in Kamp Natzweiler. Hij was nu een Nacht-und-Nebel-gevangene geworden. Deze term was ontstaan als gevolg van het zogenaamde Keitel-Erlass, een besluit ingesteld door veldmaarschalk Keitel in opdracht van Hitler en dat gold voor de speciale strafklasse met als doel om verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen. De NNgevangenen kwamen dan ook niet voor in de administratie en in de speciale kampen Natzweiler-Struthof in Frankrijk en Groß-Rosen in Polen ondergingen ze vele ontberingen. Vele verzetsmensen uit landen als België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Noorwegen overleefden deze gruwelijke situatie dan ook niet. Teengs Gerritsen was één van de weinigen, die het wel gelukt was om deze vreselijke periode te overleven. Echter, de bevrijding impliceerde niet automatisch dat hij die oorlog meteen voorgoed achter zich kon laten. De oorlog bleef hem op de hielen zitten. Niet alleen in zijn nachtmerries, maar ook in zijn maatschappelijke leven.

Eind vijftiger jaren was de belangstelling voor de oorlog al behoorlijk afgenomen, wat Teengs Gerritsen irriteerde. Er waren teveel offers geweest om die periode zomaar te vergeten. Om zich heen zag hij bij vrienden de psychische problemen, waaronder de kampoverlevenden gebukt gingen en Teengs begon zich in te zetten voor goede opvang van deze mensen en in samenwerking met prof. Bastiaans ontstond Centrum ’45. Verder streed hij ook voor het herstel van Hotel De Wereld, de plek waar de capitulatie van de Duitsers getekend was. Maar Teengs Gerritsen raakte onverwachts op een geheel andere manier in het nieuws. In 1972 werd door de toenmalige premier van Agt een voorstel gedaan tot vrijlating van de Drie van Breda. Teengs Gerritsen steunde dit voorstel tot groot ongenoegen van het verzet. De eenheid van het verzet, waarvoor Teengs steeds gestreden had na de oorlog, kwam hiermee zwaar onder druk te staan. De scheuring werd uiteindelijk weer een feit.

Bornebroek is oprecht geïnteresseerd in deze man, dat is duidelijk, hij probeert een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van Teengs Gerritsen. Maar daardoor ontstaat voor vele lezers een ontnuchterend beeld van deze verzetsheld. Uit het boek komt een man naar voren, wiens inzet na de oorlog van veel groter belang was dan zijn aandeel aan het verzet tijdens de oorlog. Hij was mediageniek en kon bijna alles regelen, wat hem zelfs de bijnaam “de Generaal” opleverde. Wat hij niet zelf kon, trachtte hij alsnog voor elkaar te krijgen, veelal door inschakeling van Prins Bernard, die hij vlak na de oorlog ontmoet had en met wie hij zeer goede vrienden was geworden. Na de oorlog had Teengs Gerritsen zijn levensverhaal opgeschreven en later nog een paar keer herschreven. Bornebroek toont in zijn boek aan dat niet alle herinneringen voor waar aangenomen kan worden. Sommigen vertoonden meer glans dan ze eigenlijk behoorden te krijgen. Bornebroek ziet in Teengs Gerritsen dan ook niet een echte verzetsheld, maar hij heeft des te meer waardering voor het werk wat Teengs verricht had voor zijn kampgenoten en het oud-verzet na de oorlog. De auteur heeft met “De oorlog zit me op de hielen” zeker een belangrijk licht geworpen op deze beroemde man, maar de vraag is of hiermee nu alles geschreven is wat er over hem te schrijven valt. Tussen de regels door is er nog onzekerheid te bespeuren of het Bornebroek echt gelukt is om Teengs Gerritsen te doorgronden. De motivaties van Teengs voor zijn handelswijzen zijn niet altijd verklaarbaar, ook niet voor Arno Bornebroek. Eén ding staat niettemin vast: de oorlog hield Hans Teengs Gerritsen tot aan zijn dood in zijn greep.

Beoordeling X X X Goed