– De laatste huzaar- Tonny van Renterghem

De laatste huzaar


Auteur:
Tonny van Renterghem
Vertaling: Pauline Wesselink 
Boekvorm: gebrocheerd met foto’s
Pagina’s: 300
Uitgever: Conserve
Uitgebracht: april 2010
ISBN: 978.90.5429.294.4
 

 

 

Bespreking:

Naarmate de oorlog steeds verder achter ons komt te liggen, willen nog vele ooggetuigen hun belevenissen vanuit de Tweede Wereldoorlog vastleggen vóór het te laat is. Gelukkig maar, want deze getuigenissen zullen van immens belang zijn voor de volgende generatie. De man, die het ook noodzakelijk vond om zijn verhaal toe te vertrouwen aan het papier was de schrijver en verzetsman Tonny van Renterghem. Helaas is hij niet langer meer onder ons, in 2009 is hij overleden, doch zijn verhaal is bewaard gebleven en thans te lezen in “De laatste huzaar”.

Tonny van Renterghem werd geboren op 28 juni 1919 te Amsterdam. Zijn vader was een voormalig voetbalster, die later tandarts werd. Tonny’s moeder was de dochter van een Belgische generaal en een tamelijk dominante vrouw. Zijn ouders hoopten dat hun zoon notaris zou worden, maar Tonny koos liever voor een militaire carrière en hij trad toe tot de cavalerie. Hij volgde een opleiding aan de School Reserve Officieren der Cavalerie (SROC) en daarna een officiersopleiding onder bevelhebber luitenant-kolonel J.J.Teding van Berkhout. Van Renterghem werd huzaar, zij het dat door de dreiging van de oorlog de paarden werden vervangen door motoren. Toen Duitsland binnenviel in Nederland was Van Renterghem kornet en werd hij bevorderd tot commandant van het tweede peloton van het tweede eskadron van het eerste Regiment Huzaren Motorrijder (1-RHM) bij de cavalerie. Samen met zijn peloton voerde hij verkenningen uit. Nederland capituleerde echter al vrij snel en Tonny en zijn kameraden besloten om een militaire verzetsbeweging op te richten. Aangezien gewelddadig verzet tot represailles zouden leiden, hield men zich voornamelijk bezig met spionage, vervalsingen en antipropaganda. Tonny gaf onder meer informatie door aan de Engelsen aangaande de ontwikkeling van de V1 en V2. Ook was hij, zij het in mindere mate, betrokken bij het helpen van Joden, piloten en onderduikers. In 1943 hielp hij mee met het oprichten van de verzetsgroep De Ondergedoken Camera. Een groep fotografen, die zichzelf tot doel gesteld had om de bezetting door de Duitsers vast te leggen op beeld. De meeste leden kenden elkaar onder schuilnamen en ook Tonny maakte veel gebruik van diverse schuilnamen. Maar desondanks werd hij vanwege zijn werkzaamheden voor het verzet ook gedwongen om onder te duiken.

In het laatste oorlogsjaar kreeg van Renterghem het commando over STANS- Stormgroep Amsterdam Nieuw Zuid. Eigenlijk STANZ genaamd, maar om veiligheidsredenen verbasterd tot een meisjesnaam. In die functie droeg Tonny de zorg voor de droppings van de RAF en was hij betrokken bij de intrede van de Engelsen en later de Canadezen in Amsterdam. Na de oorlog werd van Renterghem toegevoegd aan de persoonlijke staf van Prins Bernhard en werd hij belast met de film en fototentoonstellingen. In 1948 keerde Tonny van Renterghem voorgoed naar Amerika terug, alwaar hij ook overleed in 2009.

“De laatste huzaar” is het persoonlijk relaas van Tonny van Renterghem en biedt grotendeels inzicht in de werkzaamheden van hem als huzaar en tijdens de periode op het einde van de oorlog. Van Renterghem heeft een duidelijk beeld geschetst van de chaos en de verwarring, die zich afspeelden rondom de bevrijding. Het verzet is daarentegen helaas meer onderbelicht gebleven, al doet dit verder geen afbreuk aan het spannende verslag dat afgewisseld is met mooie en soms humoristische anekdoten, zoals zijn beschrijving van het moment, waarop hij een kist met wapens moest ophalen in een leegstaande kazerne, dat inmiddels bezet bleek te zijn door de Duitsers. Of de anekdote hoe Tonny aan een uniform kwam, waardoor hij dadelijk met meer respect behandeld werd.  

Duidelijk is wel dat het verleden nog altijd te pijnlijk was voor van Renterghem, want zijn belevenissen missen wel een emotionele diepgang. Hij verdrong het emotionele verleden liever dan dat hij zijn ervaringen opnieuw wilde doormaken om deze op schrift te kunnen stellen. Het gevolg is wel dat de stijl in het boek daardoor een ietwat arrogante toon krijgt. Deze zelfingenomenheid kan op den duur leiden tot lichte irritatie bij de lezer, maar kan ook een zekere ongeloofwaardigheid oproepen over de stoerheid van de hoofdpersoon.

Openhartig is van Renterghem in zijn boek wel over zijn vriendschapsbanden met de naar Nederland gevluchte Duitsers als de regisseur Ludwig Berger, de fotograaf Fritz Kahlenberg en de familie Falck met wie van Renterghem jarenlang bevriend bleef. Maar hij had ook goede contacten  met Duitsers, die hier aangesteld waren, zoals Schröder,de Wehrmacht Ortskommandant van Amsterdam Oberstleutnant. Schröder wilde graag contact met het lokale verzet om via samenwerking  verder bloedvergieten te kunnen tegengaan. Daarmee is “De laatste huzaar”  een waardige nagedachtenis geworden aan een man, die veel belangrijk werk verricht heeft tijdens en vlak na de oorlog in Amsterdam.

Beoordeling: X X X  Goed

Advertenties