-Nagelaten bekentenissen- Anton Mussert

Nagelaten bekentenissen
verantwoording en celbrieven van de NSB-leider

 

 

Auteur: Anton Mussert , Red. G. Groeneveld
Boekvorm: gebonden met illustraties
Pagina’s: 253
Uitgever: Vantilt
Uitgebracht: 2005
ISBN:  978.90.775.0338.6
 

 

Bespreking:  In het vooroorlogse jaar 1931 ontstond de Nationaal Socialistische Beweging ofwel de NSB. Haar oprichters waren de ingenieur Anton Mussert en de ambtenaar Cees van Geelkerken. In 1932 werd de NSB officieel en werd Anton Mussert algemeen leider. Maar Mussert kreeg veel kritiek te verduren. Eerst al door zijn huwelijk met zijn tante Marie Witlam en zijn affaire met zijn nichtje, later omdat hij beschouwd werd als landverrader, terwijl hij door de Duitsers niet eens serieus genomen werd. En hij had toch het goede voor met Nederland, want hoewel hij Hitler trouw was, wilde hij niet dat Nederland haar soevereiniteit verloor en daarmee onder Duits bewind kwam, zo stelde Mussert zelf in zijn geschrift “De offergang voor Volk en Vaderland”, dat hij schreef tijdens zijn gevangenschap. Deze verantwoording is tesamen met de andere geschriften van Mussert, te weten “Gedachten welke mede de uitgangspunten vormden voor mijn handelen”, “Mussert. Wat wij ervan zeggen” en zijn celbrieven, verschenen als “Nagelaten bekentenissen, verantwoording en celbrieven van de NSB-leider”, uitgegeven door uitgeverij Vantilt.

Aan het boek gaat een uitgebreide inleiding van Gerard Groeneveld vooraf. Daarin komen onder meer Mussert’s affaire met zijn nichtje aan bod, evenals het proces, de executie en de grafroof van zijn beenderen, waarvan achteraf bleek dat de verkeerde beenderen geroofd waren. Vervolgens is het de beurt aan de apologie van Anton Mussert zelf, want zo kan men het geschrift “De offergang voor Volk en Vaderland” gerust noemen. In dit geschrift probeerde Mussert immers zich te rechtvaardigen voor zijn handelswijze tijdens de Tweede Wereldoorlog, want hoewel hij toegaf dat de NSB’ers waren, die zich schuldig maakten aan wandaden tijdens de oorlog, vond hij dat niet de hele NSB hierop afgerekend mocht worden. Mussert begon daarom zijn verweer met de oprichting van de NSB en verklaarde dat het nationaalsocialisme, zoals hij dat voorstond “ in de natie, door de natie, voor de natie” was ofwel dat de NSB moest leiden tot het samengaan van het Nederlandse volk en het tegengaan van de klassenstrijd. Daarvoor was nu eenmaal een krachtig staatsbestuur nodig.

 Met het nationaalsocialisme van Hitler-Duitsland voelde Mussert zich echter niet verbonden. Hij beschouwde de Nazi’s als uitbuiters en hij was dan ook niet bereid om Nederland aan hen af te staan. Toch legde hij wel de Germaanse eed aan Hitler af en bleef hij de Führer tot het einde toe trouw. Naar zijn mening was samenwerking het beste om zo erger te voorkomen. Daarom trachtte Mussert het respect van de Duitse bezetter te krijgen en hij rekende daarbij op steun van Reichsmarshall Hermann Göring. Aanvankelijk zag het er ook naar uit dat hij deze steun kreeg, maar uiteindelijk bleek dat Mussert door niemand van Duitse zijde echt serieus genomen werd en bleef ook de steun van Göring uit. Mussert was voor de Nazi’s slechts een manipuleerbaar figuur, van wie ze dankbaar gebruik maakten voor hun beleid dat ze Nederland oplegden. Van Mussert’s ideaal, Nederland als zelfstandige staat, kwam daarom niets terecht.

Uit zijn verantwoording is voelbaar dat Anton Mussert gebukt ging onder zijn schuldgevoel dat hij zo weinig heeft kunnen doen voor zijn Nederland. Daarmee is dit document tevens een klaagzang geworden. Door middel van voorbeelden in “De offergang van Volk en Vaderland” trachtte Mussert te bewijzen hoe zeer hij in verweer tegen diverse maatregelen van de Duitse bezetter was gegaan. Soms slaagde hij er wel in dat zijn verweer gehoord werd, zij het tijdelijk. Zo werd de inlevering van de radio’s enige tijd uitgesteld. Maar doorgaans stond hij machteloos. Mussert getroostte zich nog met de gedachten dat het hem tenminste wel gelukt was om verschillend cultureel erfgoed te bewaren, zoals aantal Joodse schilderijen uit musea, delen van het interieur van kasteel Nederhemert. Verder droeg hij zorg voor de restauratie van het Groen van Prinsterenhuis. Anton Mussert ondervond ook binnen zijn eigen gelederen veel tegenwerking. Met de terugkeer van Rost van Tonningen werd de beweging radicaler en meer antisemitisch, wat Mussert niet beviel. Hij had zelfs nog geprobeerd om tientallen Joden te redden. Bovendien was Rost van Tonningen lang niet zo nationalistisch gezind als Mussert dat was, hij had er geen problemen mee dat Nederland onder Duitsland kwam. Desondanks was Mussert op zijn post gebleven.

In “Gedachten welke mede de uitgangspunten vormden voor mijn handelen” zette Anton Mussert uitgebreider dan in “De offergang van Volk en Vaderland” de achterliggende motieven voor zijn daden uiteen en daarmee is dit geschrift in wezen nog interessanter dan zijn apologie. Mussert droomde van een Germaanse Statenbond, een eenwording op grond van het nationaalsocialistische gedachtegoed met het Vredespaleis in Den Haag als zetel van die bond, want Nederland zou dan een belangrijke brug kunnen vormen tussen het Duitse achterland en Engeland. Een sterk Europa tegen het machtige Sovjet-imperium, want de vrees voor het communisme was groot in die tijd. Mussert verheugde zich daarbij op de samenwerking met Duitsland, maar de Duitse nationaal-socialisten koesterden niet dezelfde idealen als Mussert voor een statenbond, zij waren veeleer overweldigers en tot zijn grote teleurstelling lieten zij het afweten.

Na het lezen van “Nagelaten bekentenissen”liggen een aantal conclusies voor de hand. Mussert’s verantwoording wekt begrip op voor de voormalige leider van de NSB, in tegenstelling tot wat de geschiedenis ons altijd heeft doen geloven. Mussert was goedgelovig, naïef zelfs volgens de Duitsers. Die goedgelovigheid, ook in zijn eigen onschuld, bleef tot op het einde aanwezig. De beschuldiging van landverraad stak hem, zo blijkt uit een brief aan de toenmalige Minister-president Schermerhorn. Daarin gaf Mussert aan dat “ de NSB zich wilde inzetten als beschermster van de hoogste rechten van het Nederlandse Volk, maar door de meerderheid van het Volk, beladen met de verdenking vóór de vijand tegen eigen Volk te werken”. Ook het gevoel van machteloosheid bleef hem tot het einde toe parten spelen. Niet langer meer tegen de Duitse bezetter, maar nu tegenover de Nederlandse regering. Dat toont de brief, die Mussert op persoonlijke titel aan de Minister-president schreef, aangezien Schermerhorn ook een oude studievriend van Mussert was. Daarin benaderde Mussert hem met de vraag om vooral iets te ondernemen tegen het lot van de vrouwen die geïnterneerd waren. Het lijkt alsof het belang van het Nederlandse volk bij hem voorop stond, maar zo altruïstisch was hij niet in gesteld. Over de Joodse kwestie was Mussert kort. Hij heeft er weliswaar voor gepleit dat de Portugese Joden bij de deportaties ontzien zouden worden, doch tegengehouden heeft hij de deportaties niet. Zoals bij zoveel leiders, ging het ook hem om de macht. Anton Mussert werd op 7 mei 1946 wegens landverraad geëxecuteerd. “Nagelaten bekentenissen, verantwoording en celbrieven van de NSB-leider”is een boek dat zeer de moeite waard is om gelezen te worden.

Beoordeling: X X X X  Zeer goed.