-In Niemandsland -Ebbe Rost van Tonningen

In Niemandsland

Auteur: Ebbe Rost van Tonningen
Boekvorm: paperback
Pagina’s: 365
Uitgever: Balans
Uitgebracht: september 2012
ISBN: 978.94.600.3300.1


 

Bespreking: De Tweede Wereldoorlog ligt ongeveer 70 jaar achter ons, maar nog altijd zijn de littekens in maatschappij terug te vinden. Vooral bij de Joodse slachtoffers en hun nabestaanden zijn die nog dagelijks voelbaar en dat is ook begrijpelijk als men de verhalen hoort en leest over het zware leven in de kampen in ’40-’45. Maar ook kinderen van NSB-ouders dragen littekens en daar wordt vaak niet over gesproken uit schaamte. Nog altijd lijden zij onder het verleden, omdat ze steeds aangesproken worden op de al dan niet vrijwillige politieke keuzes van hun ouders. Als gevolg daarvan hebben ze dikwijls grote moeite om hun eigen identiteit te ontdekken. Dit overkwam ook Ebbe Rost van Tonningen, de zoon van Meinoud Rost van Tonningen, één van de belangrijkste figuren binnen de NSB en Florrie Rost van Tonningen- Heubel. Zij zou later de geschiedenis ingaan als “de zwarte weduwe”. Tijdens zijn jeugd leefde hij in een isolement, een niemandsland, want het lukte hem niet om los te komen van het NSB-verleden van zijn ouders. Op latere leeftijd durfde hij een confrontatie met het verleden aan, zodat die niet meer zijn leven kon beïnvloeden. Wat dat voor hem betekend heeft, beschrijft hij in zijn boek “In niemandsland” dat is verschenen bij uitgeverij Balans.

Wat duidelijk uit dit boek naar voren komt, is de tweestrijd, waarin Ebbe Rost van Tonningen zich bevond en waarin vele kinderen van NSB-ouders nog steeds in verkeren, namelijk enerzijds de afkeer van de idealen, die hun ouders koesterden en anderzijds de familieband, die toch blijft trekken. In het geval van Rost van Tonningen leidde deze tweestrijd diverse keren tot spanningen tussen moeder en zoon en werden de banden zelfs meermaals gebroken, omdat zijn moeder tot aan haar dood bleef geloven in de idealen van het nationaalsocialisme. Over de moeizame verhouding met zijn moeder schrijft de auteur in het eerste gedeelte van zijn boek, waarin hij in grote lijnen zijn levensverhaal weergeeft. Ook duikt hij dieper in de familiegeschiedenis en beschrijft ook de banden, die de familie met het Huis van Oranje had. Dan blijkt dat Ebbe Rost van Tonningen trots is op zijn familienaam. Hij stelt zelfs dat hij zich geamputeerd voelde, toen hij een tijdje zijn achternaam niet volledig gebruikte om niet steeds herinnerd te worden aan het verleden.

Zijn vader heeft de auteur nauwelijks gekend. Meinoud Rost van Tonningen stierf in de Scheveningse gevangenis in 1945, twee jaar na de geboorte van Ebbe, zijn tweede zoon. Hij hoorde de verhalen van de familie aan, maar uiteindelijk wilde de auteur zelf ontdekken wat de rol van zijn vader geweest was tijdens de oorlog. Dat bleek niet zo eenvoudig te zijn, want de meningen en getuigenissen waren vaak tegenstrijdig en daardoor werd het voor hem niet makkelijk om toch een goed inzicht te krijgen. In het tweede gedeelte van “In niemandsland”staat hij uitgebreid stil bij de functies van zijn vader. Vanzelfsprekend komt ook het overlijden van zijn vader in het boek aan bod, waarover al jaren werd gespeculeerd. De vraag was of Meinoud Rost van Tonningen zelfmoord had gepleegd dan wel vermoord was. Volgens de auteur werd zijn vader tot zelfmoord gedwongen door het hem behoorlijk moeilijk te maken in de gevangenis.

De boodschap van “In niemandsland” is duidelijk: Ebbe Rost van Tonningen wil niet afgerekend worden op het leven van zijn ouders. Hij heeft een eigen leven weten op te bouwen en alleen daarvoor is hij verantwoordelijk. “In niemandsland” is dan ook allerminst een klaagzang geworden van een niet-begrepen zoon, die het slachtoffer is geworden van het hebben van ‘foute’ ouders. Aan het einde schrijft de auteur dat hij klaar is met het verleden. Maar ook in dit boek blijft het spitsroede lopen voorde auteur. Regelmatig verklaart hij te distantiëren van de idealen en politieke voorkeuren van zijn ouders. Ook verdedigt hij zich wanneer hij zich afvraagt, waarom wel de daden van Hilter en de zijnen veroordeeld worden en niet bijvoorbeeld de daden van Stalin of de Nederlandse acties in Indonesië. Voor iedere willekeurige andere auteur zal deze vraagstelling een vanzelfsprekendheid zijn, maar Ebbe Rost van Tonningen ziet zich genoodzaakt om te vermelden dat hij die vraag niet stelt om de keuzes van zijn vader te vergoelijken, doch uit het principe van rechtvaardiging.

Ongetwijfeld zal “In niemandsland” aanleiding zijn voor vele discussies. De één zal geloven in de oprechtheid van de auteur, terwijl de ander het boek toch zal interpreteren als een poging om het allemaal minder ernstig te laten lijken dan het feitelijk was. Het leed van NSB-kinderen valt immers niet te vergelijken met het leed dat vele Joden in ’40-’45 is aangedaan. Van dit feit is ook Rost van Tonningen overtuigd, zo schrijft hij in zijn boek. Maar toch is het nodig om zichzelf en andere lotgenoten met dit boek ook een stem te geven en dat zal voor velen van hen het lang verlangde steuntje in de rug zijn. Daarmee is “In niemandsland”zonder meer een baanbrekend boek geworden. Het haalt een moeilijk bespreekbare kwestie zelfs 70 jaar later uit de taboesfeer, want niets is voor een mens zo moeilijk als het doorsnijden van familiebanden om zelf een leven te kunnen opbouwen.

Beoordeling: X X X X Zeer goed.

Advertenties