-Geborgen in de polderklei -Bert Wijs

boek-polderkleiGeborgen in de polderklei
Airmen van de Zuiderzee

 

 

 

 

 

Auteur: Bert Wijs
Boekvorm:
harde cover; geïllustreerd met kleur- en zwart/wit foto’s
Pagina’s: 160
Uitgever: eigen beheer bij Stichting Ongeland;
Uitgebracht: mei 2014
ISBN: geen!

Verkrijgbaar bij: Stichting Ongeland en boekhandel Voster (ook online!) te Dronten, alsmede:
-Boekhandel Marsman , Lange Nering 88 te Emmeloord.
-Boek & Mix , Kerkstraat 88 te Vollenhove.
-Boekhandel Koster, Handelskade 8 op Urk.

Bespreking: Oorlog is meer dan alleen marcherende soldaten en slagvelden. In de beide wereldoorlogen was er ook sprake van zee- en luchtoorlog. In de Eerste Wereldoorlog was de luchtoorlog nauwelijks van enige invloedrijke betekenis, maar dat zou drastisch veranderen tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen in een snel tempo vliegtuigen ontwikkeld werden die steeds vaardig werden om de strijd met de vijand te kunnen aangaan. De vliegtuigindustrie ontwierpen uiteenlopende toestellen, van jachtvliegtuigen als de Mustang tot grote bommenwerpers als de B-17. Maar ondanks de toepassing van de nieuwste technieken kon niet verhinderd worden dat de vlucht lang niet altijd voorspoedig verliep. Boven het Nederlandse luchtruim vonden dikwijls confrontaties plaats tussen Nazi-Duitsland en de geallieerden en niet zelden gebeurde het dat de toestellen crashten en vervolgens terecht kwamen in de Noordzee. Maar ook in het IJsselmeer –het vroegere Zuiderzee- waren vliegtuigen neergekomen. In de loop der jaren, toen delen van het IJsselmeer ingepolderd werden, kwamen de brokstukken aan de oppervlakte. Hoewel de resten zoveel mogelijk geborgen werden, vaak onder belangstelling van de regionale pers, was er nooit een echt compleet overzicht te vinden van alle vliegtuigen en hun bemanning. Bert Wijs van de Stichting Ongeland bracht daar verandering in. Onder redactioneel toezicht van Vincent Krabbendam schreef hij het boek “Geborgen in de polderklei” een eigen uitgave van Stichting Ongeland en die manier van uitgeven had best anders gemogen. Het ontbreken van een ISBN en het achterwege blijven van promotie wegens laksheid van de Stichting zijn toch serieuze tekortkomingen, die dit boek zeker niet verdient. Het is een prachtige en zeer interessante uitgave geworden, die eigenlijk ook de mensen buiten de polder zou moeten bereiken.

In de Tweede Wereldoorlog voerden de geallieerden volop bombardementen uit in Nazi-Duitsland. Op die route was het IJsselmeer voor de geallieerden een goed oriëntatiepunt. Bovendien stond er geen Duits afweergeschut opgesteld langs het meer. Maar de Duitsers hadden wel Nachtjäger –piloten, die ‘s nachts op zoek gingen naar de vijand. De Engelse vliegtuigen waren technisch wat minder vaardig dan de Duitse toestellen en als gevolg daarvan werden de bombardementen bij voorkeur ’s nachts uitgevoerd. Toch slaagden de Duitse piloten erin om de vijandelijke vliegtuigen te beschieten. Met de zwaar beschadigde toestellen probeerden de Engelse vliegeniers terug te keren naar hun thuisbasis, maar dat lukte niet altijd. De meesten crashten en raakten te water en in sommige gevallen kon er ternauwernood een noodlanding gemaakt worden. Vanaf 1943 voegden de Amerikaanse vliegeniers zich bij het Engelse Bomber Command en werden de nachtelijke bombardementen overdag voortgezet. Maar ook de Amerikaanse toestellen waren niet altijd bestand tegen het Duitse luchtafweergeschut. De Duitsers leden echter eveneens verliezen boven Nederland.

Na de oorlog werd er begonnen met het bergen van de vliegtuigwrakken. In het IJsselmeer bleken circa 140 toestellen te liggen. Bij de opgravingen van de wrakstukken probeerde men de toestellen te identificeren. Dat gebeurde vaak aan de hand van kleine details als inspectiestempels, motornummerplaten of door middel van bepaalde technische kenmerken. Zo had de Short Stirling de oliekoeler in een houder onder de motor.

 

In geval van de aangetroffen menselijke resten werd getracht te achterhalen wie deze mannen waren, zodat de achtergebleven families niet langer in het ongewisse hoefden te blijven over hun vermiste zonen of mannen.

Sinds enkele jaren geleden is Stichting Ongeland opgericht. Deze organisatie wil de geschiedenis van het IJsselmeer tijdens de Tweede Wereldoorlog levend houden voor de inwoners van Flevoland en de Noordoostpolder. Daartoe ontwikkelde zij al de zogeheten crashroute. Door het hele poldergebied zijn markeringspalen aangebracht op de plekken, waar de vliegtuigen destijds gecrasht zijn. Maar nu dan ook het overzichtsboek “Geborgen in de polderklei” verschenen. In 6 hoofdstukken worden door Bert Wijs de typen vliegtuigen beschreven, die in het poldergebied waren neergekomen. Dan valt ook meteen de diversiteit op, want niet alleen kleine vliegtuigen werden neergehaald. Ook grote toestellen als de Lancaster of de Boeing B-17 bijgenaamd de Fortress. Sommige toestellen waren net twee weken oud, toen ze werden ingezet, zoals de Stirling MK III BF523 tijdens het bombardement op Duisburg in april 1943.Ieder hoofdstuk begint de auteur met een technische verhandeling van het betreffende type toestel, die overigens ook uitstekend te volgen is voor leken. Daarna wordt het verleden tot leven gebracht door het persoonlijk verhaal van de bemanning en voor zover bekend hun eindbestemming. De meeste bemanningsleden verloren hun leven bij de crashes. Hun gemiddelde leeftijd was 22. De mannen, die gewond waren geraakt, werden krijgsgevangen genomen. Een enkeling slaagde erin om met hulp van de lokale bevolking terug te keren naar Engeland.

“Geborgen in de polderklei” is vlot geschreven en voorzien van mooie foto’s en duidelijke tekeningen. De persoonlijke verhalen zijn stuk voor stuk boeiend, maar ook aangrijpend. Voor veel Nederlanders zijn ze onbekend, maar na het lezen van dit boek zal ons respect voor de bevrijders alleen maar verder toenemen.

 

Beoordeling: X X X X Zeer goed

Advertenties