-Vrouw achter de troon -W.H.Weenink

BMU_Website_home_10Vrouw achter de troon
Marie Anne Tellegen 1893-1976

Auteur: W.H.Weenink
Boekvorm: paperback,  met zwart-wit foto’s
Pagina’s:  460
Uitgever: Boom
Uitgebracht: november 2014
ISBN: 978.90.8953.361.6

 

Bespreking:Willem Drees, politicus en minister-president van Nederland van 1948 tot 1958, noemde haar “een moedig en actief verzetstrijdster”. Haar aandeel in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog was groot, maar Marie Anne Tellegen had meer kwaliteiten. Voor de oorlog was ze werkzaam bij de gemeente Utrecht, onder meer als plaatsvervangend gemeentesecretaris en na de oorlog werd ze benoemd tot Directeur van het Kabinet der Koningin. Twee vorstinnen zou ze dienen: Wilhelmina en Juliana. Ook was ze betrokken bij de oprichting van Stichting ’40-’45, de stichting die zich inzet voor verzetsdeelnemers, vervolgingsslachtoffers en burger- oorlogsgetroffenen uit de jaren 1940-1945. Daarnaast was ze een groot deel van haar leven actief in de vrouwenbeweging. Toch is Marie Anne Tellegen bij het grote publiek onbekend gebleven. Dat is nu voorbij, want bij uitgeverij Boom is onlangs de gedegen biografie over deze bijzondere vrouw verschenen van de hand van W.H.Weenink “Vrouw achter de troon. Marie Anne Tellegen 1893-1976”.

Uit dit boek komt het beeld naar voren van een daadkrachtige vrouw die rebels kon zijn, maar die ook bekend stond om haar integriteit en evenwicht. “Streven naar evenwicht, dat is in mijn leven altijd mijn leidraad geweest”, zei ze over zichzelf. Het waren deze eigenschappen die haar maakten tot een bruggenbouwer, zowel in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog als in haar functie als Directeur van het Kabinet van de Koningin. In die laatste hoedanigheid was zij namelijk “een verbindingsschakel tussen regering en Kroon”, zoals ze schreef in een brief aan een persoonlijke vriendin. Door haar zakelijke inslag dat door velen gezien werd als een vorm van mannelijkheid, verliep de relatie met sommige mannen moeizaam voor Marie Anne Tellegen. Ze bleef daardoor ook niet verschoond van kritiek. Ze kreeg zelfs de bijnaam “de ongekroonde koningin”, daarmee veronderstellend dat Tellegen in wezen Nederland regeerde. Doch de meeste mannen konden het goed vinden met haar, zoals blijkt uit haar levenslange vriendschap met de politicus Louis Beel en de verzetsman Pim Boellaard. Maar haar vrouwelijke kant vergat ze nooit. Steeds weer ging ze de strijd aan om de positie van de vrouw in de samenleving sterker te maken. Ze was lid van verschillende vrouwenorganisaties en medeoprichtster van het NVC- Nederlandse Vrouwen Comité, desondanks zag Marie Anne Tellegen zichzelf niet als feministe. Net als meer vrouwen trouwens die in de vooroorlogse jaren opkwamen voor vrouwenrechten. Maar dikwijls zijn het juist deze vrouwen, wier bijdragen in de geschiedenis van de vrouwenrechten uiterst belangrijk waren.

Ook tijdens haar verzetsperiode richtte Marie Anne Tellegen zich op de inzet van vrouwen. Om hen vertrouwen en verantwoordelijkheden te geven. Het werd één van haar belangrijkste doelstellingen. Ze vond dat vrouwen niet alleen in het huishouden actief moesten zijn. Er waren bijzondere situaties die bijzondere acties rechtvaardigen en de oorlog was zo’n bijzondere situatie. Vanuit haar functie als hoge ambtenaar beschouwde ze het als haar plicht om in het verzet te gaan. Ze was welkom bij het Utrechtse verzet, want ze beschikte over veel relaties. Aanvankelijk kon ze maar moeilijk haar draai vinden, maar toen ze die eenmaal vond, werd ze een gedreven verzetsvrouw. Ze hield niet van het gewapend verzet, maar verrichtte talrijke andere werkzaamheden in de illegaliteit. Al snel breidden haar taken zich uit naar het landelijke verzet en nam ze de schuilnaam Dr. Max aan om de Duitse bezetter op het verkeerde spoor te brengen. Ondertussen zond ze regelmatig berichten aan de Nederlandse regering in ballingschap in Londen en in 1944 raakte ze ook betrokken bij de organisatie van de spoorwegstaking.

Na de oorlog viel het voor haar niet mee om het leven weer op te pakken, ondanks haar bijdrage aan de oprichting van Stichting ’40-’45 en aan de zuiveringen, die moesten plaatsvinden. Zuiveringen, die volgens haar niet goed verliepen, omdat de methodes niet deugden. Een mening, die later door Koningin Wilhelmina gedeeld zou worden. Doch juist door haar werk voor het verzet werd ze gezien als iemand die vertrouwen wekte en ze kreeg de aanstelling als Directeur van het Kabinet der Koningin. “Chef van het politieke secretariaat” noemde Marie Anne Tellegen zichzelf. Een enigszins verrassende en gewaagde keuze voor die tijd, want in tegenstelling tot haar voorgangers was ze niet overmatig Oranjegezind en ze was niet van adel –al kwam ze wel uit een gegoede familie. Bovendien was ze een vrouw. Niettemin werd ze een directeur met wie iedereen rekening hield. Het was dan ook een rol die haar op het lijf geschreven was. Bang was ze voor niemand, ook niet voor Koningin Wilhelmina die toch menigeen angst aanjoeg door haar krachtige en standvastige houding. De twee vrouwen voelden elkaar daarom goed aan, ook omdat ze beiden vonden dat Nederland na de oorlog toe was aan vernieuwingen. Met name aan de positie van de vrouw kon nog veel verbeterd worden. Een belangrijk standpunt dat ze ook deelde met de volgende koningin, Juliana, ofschoon die relatie anders van aard was, omdat Juliana een veel gemoedelijker karakter had dan haar moeder. Artisticiteit werd de gemeenschappelijke deler, al bleef het volgen van de politieke gebeurtenissen haar belangrijkste taak. In de affaire Willy Lages, de oorlogsmisdadiger die veroordeeld was tot de doodstraf en in de affaire Greet Hofmans, de gebedsgenezeres gaf ze openhartig haar mening. Haar waardering voor Prins Bernhard stak ze evenmin onder stoelen of banken. Maar gaandeweg ging haar zwakke gezondheid steeds meer opspelen. Ze leverde nog een bijdrage aan de poging tot oprichting van een internationaal paranormaal instituut in Utrecht, dat er echter nooit zou komen, maar geloof en het doel van het leven bleven haar belangstelling houden.

“Vrouw achter de troon” is geen afgesloten biografie geworden. Ook voor Weenink zijn er nog vragen overgebleven. Over John van Lom bijvoorbeeld, een verzetstrijder, die uiteindelijk verraad heeft gepleegd. Weenink vraagt zich af of Marie Anne Tellegen haar medestrijders niet had moeten waarschuwen, toen ze merkte dat hij niet beschikte over een sterke persoonlijkheid. Iets wat voor het verzetswerk toch een voorwaarde zou moeten zijn. Een andere vraag, die bij Weenink rijst, is het gevolg van een opmerking van Drees over Tellegen. Na haar overlijden memoreerde hij: “Ik meen ook dat wij in haar iemand verliezen die in de loop van de jaren grotere diensten aan ons volk heeft bewezen dan naar buiten tot uiting is gekomen…”. Weenink is nieuwsgierig naar die ‘grotere’ diensten, want zou de kritiek dat haar invloed groter was dan gedacht misschien toch op waarheid berusten?
Weenink waagt zich niet aan conclusies en op de diepere persoonlijke zaken als de achtergrond van haar zwaarmoedigheid en bijna chronische vermoeidheid gaat de auteur niet nader in. Hij volgt de gebeurtenissen van een afstand, waarbij gezegd moet worden dat hij dit doet op een uitermate verdienstelijke wijze. Zo is een eerbiedwaardige biografie ontstaan die Marie Anne Tellegen geheel uit de schaduw van het verleden haalt en dat is nodig, want zoals Weenink schrijft aan het eind van zijn boek: “In een tijd van wederopbouw en verandering is ze een formidabele vrouw achter de troon.”

 

Beoordeling: X X X X Zeer goed