-Vervolgd in Limburg – Herman van Rens

Vervolgd in LimburgVervolgd in Limburg
Joden en Sinti in Nederlands -Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog

Auteur: Herman van Rens
Boekvorm: hardcover met zwart-wit en kleuren foto’s
Pagina’s: 448
Uitgever: Verloren
Uitgebracht: mei 2013

 

Bespreking:Na de oorlog bleken zes miljoen Joden de kampen niet overleefd te hebben. Onder hen bevonden zich 102.000 Nederlandse Joden. Zij waren afkomstig uit het hele land. Dr. Herman van Rens studeerde Holocaust- en Genocidewetenschap en vanuit zijn studie was hij benieuwd of er verschillen in de Jodenvervolging te vinden waren per regio. Van Rens was jarenlang huisarts in Limburg en daarom was het vanzelfsprekend dat deze provincie het uitgangspunt werd voor zijn proefschrift. Die dissertatie is nu bewerkt tot een boek: “Vervolgd in Limburg. Joden en Sinti in Nederlands -Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog.” en verschenen bij uitgeverij Verloren.

Het overgrote deel van het boek is gewijd aan de Jodenvervolging. In de loop der jaren zijn er al heel wat onderzoeken geweest naar de deportaties van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar die handelden over de vervolging in het algemeen. Er was nog geen onderzoek gedaan naar de vervolgingen in de specifieke regio’s als provincies. Dr. van Rens heeft uitgebreid onderzoek gedaan in de vele archieven en documentatie, want Limburg blijkt rijk te zijn aan informatie over deze periode. Daarom heeft de onderzoeker zich geconcentreerd op 3 punten, die hij van belang achtte voor deze studie, namelijk regio, tijd en thematiek met betrekking tot de Jodenvervolging van 1940-1945.

Eén van de conclusies, waartoe de onderzoeker komt, is dat in Limburg verhoudingsgewijs minder mannen naar Joodse werkkampen werden gestuurd dan in de rest van het land. Echter, tegelijkertijd met het oproepen voor de werkkampen, vond de eerste deportatie plaats. Het overwegend katholieke Limburg was sterk aangeslagen door de deportatie van de Joden, omdat dit ook op een andere manier plaats vond dan over het algemeen het geval was. In Limburg vonden de deportaties in twee fasen plaats, eerst werden de Joden tot 60 jaar opgepakt. Dit gebeurde aan de hand van twee grote razzia’s en raakten vooral de katholiek gedoopte Joden. De andere Joden waren gevlucht naar buitenland of waren ondergedoken. Later werden de ouderen en zieken alsnog afgevoerd. Het is moeilijk te achterhalen, wat de Limburgers deden om deportatie te voorkomen, concludeert van Rens verder, omdat alles in stilte gebeurde. Maar op sommige zaken kan hij toch licht werpen. Artsen bijvoorbeeld, bleken het meest bereid te zijn om hulp te bieden. Gedekt door hun beroepsgeheim, waren zij in staat om mensen ziek te verklaren, zodat zij werden vrijgesteld van deportatie. Anders lag het bij burgemeesters en politie. Een groot aantal burgemeesters waren afgetreden en vervangen door NSB’ers. De politie voerde haar orders uit, zoals ze gewend was te doen, doch naarmate de oorlog vorderde, kozen steeds meer dienders de kant van het verzet.

Maar ook de overige bevolking liet het niet afweten, toen er een beroep op hen gedaan werd voor hulp bij vluchtpogingen naar België of bij het bieden van onderduikplaatsen. Een keuze, die allerminst gemakkelijk was, stelt van Rens in zijn boek. Sommigen wilden hun helpers niet in gevaar brengen, maar velen beschouwden de risico’s bij onderduik groter dan bij deportaties. De meesten hadden op dat moment nog geen idee dat aan het einde van de transporten de gaskamers wachtten. Dat leidde er zelfs toe dat er Joden waren, die zich vrijwillig meldden bij de autoriteiten. Desondanks benutten veel Joden toch de kans op overleving door onder te duiken. Het aantal onderduikers verschilde per gemeenten, maar overal waren kinderen favoriet om door gezinnen te worden opgenomen, omdat zij het minst opvielen. Volgens de onderzoeker is niet precies na te gaan om hoeveel ondergedoken Joden het werkelijk ging. Daarbij speelde een aantal factoren een rol, onder meer dat de onderduikers gebruik maakten van valse namen en dat de Joden na de bevrijding terug keerden uit Frankrijk en België, werden meegeteld, terwijl ze niet in Limburg waren ondergedoken. Opvallend in dit onderzoek is dat de hulpverleners vaker gearresteerd en geëxecuteerd werden om andere activiteiten dan om het verbergen van onderduikers.

In veel minder mate besteedt dr. van Rens in zijn boek ook aandacht aan de vervolging van de Sinti en er zijn verschillen aan te wijzen met de Jodenvervolging. De zigeuners behoorden volgens de Nazi’s wel tot een minderwaardig ras, toch vonden de vervolgingen niet meteen vanaf het begin plaats. Dat gebeurde pas in een later stadium en dan nog wegens onbetamelijk gedrag als klaploperij en criminaliteit en niet vanwege hun ras. Ongeveer 200.000 Sinti en Roma werden vermoord door de Duitsers, waaronder 200 Nederlanders.

“Vervolgd in Limburg”is een goede en gedegen studie, die ook nog eens bijzonder overzichtelijk geschreven is. Ieder thema vangt van Rens aan met een korte uiteenzetting, waarin de onderzoeker de belangrijkste vragen aan de orde stelt, die het betreffende onderwerp oproept. Vervolgens werkt van Rens die vragen uit, waarbij hij regelmatig vergelijkingen trekt met de algemene tendens, die heerste in Nederland. De hoofdstukken worden afgesloten met een korte samenvatting. Door deze heldere werkwijze is het boek toegankelijk voor iedere geïnteresseerde. Met “Vervolgd in Limburg”heeft dr. Herman van Rens een waardevolle bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving van de Holocaust, in het bijzonder op het gebied van de Jodenvervolging.

Beoordeling: X X X X  Zeer goed