-Een boek om in te wonen -Liesbeth Hoeven

pcovr.HoevenEen boek om in te wonen
De verhaalcultuur na Auschwitz

Auteur: Liesbeth Hoeven
Boekvorm: paperback, geïllustreerd
Pagina’s: 310
Uitgever: Verloren.nl
Uitgebracht: 21 januari 2015
Prijs:€ 29,-
ISBN:978.90.8704.491.6

 

Bespreking:“Vrijheid geef je door” het thema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, zo begint Liesbeth Hoeven haar dissertatie dat nu ook als boek is verschenen bij uitgeverij Verloren onder de titel “Een boek om in te wonen. De verhaalcultuur na Auschwitz.” Anders gezegd hoe gaan we om met die verhaalcultuur 70 jaar na het eind van de Tweede Wereldoorlog. “Vrijheid geven we door via het vertellen van verhalen,” gaat Hoeven verder. Maar er is een groot dilemma dat een snelle en adequate oplossing vereist, willen we die herinneringen kunnen blijven vasthouden in de toekomst en dat is de tijd. De Tweede Wereldoorlog komt de steeds verder achter ons te liggen, naarmate de tijd voort schrijdt en daarmee verdwijnen ook steeds meer getuigen, die de verhalen over vervolging en vernietiging kunnen doorvertellen. Liesbeth Hoeven onderzocht de achtergrond van de verhaalcultuur van de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder over Auschwitz en ze richtte daarbij ook haar blik op de toekomst.

Van diverse kanten wordt er naarstig gezocht naar een nieuwe interpretatie van de overlevingsverhalen. Op grote schaal door Nationaal Comité 4 en 5 mei en op kleinere schaal door regionale en lokale overheden, die naarstig op zoek zijn naar nieuwe invullingen van de herdenkingen. Liesbeth Hoeven levert door middel van haar onderzoek een interessante bijdrage aan deze steeds noodzakelijker wordende discussie.“Een boek om in te wonen” is een wetenschappelijke verhandeling, waarin onderzoekster Liesbeth Hoeven haar visie uiteen zet over de toekomst van de verhaalcultuur na Auschwitz. Het boek is schematisch opgezet. Voor haar onderzoek creëerde Hoeven een model om inzicht te krijgen in de wijze waarop de verhaalcultuur onderhevig is geweest aan veranderingen. Ze nam daarvoor een eerdere studie van de Amerikaanse filosofe Hilde Lindemann Nelson over de verhaalcultuur als uitgangspunt. Lindemann Nelson concludeerde dat de verhaalcultuur op te delen is in master narratives en counterstories. Bij master narratives gaat het om verhalen,”die voorzien in een overkoepelende en gemeenschappelijke visie op de samenleving,” aldus de definitie van Lindemann Nelson; bij counterstories gaat het om een deelverzameling van verhalen die tot een nieuw begrip leiden van een persoon of een sociale groep.

Wanneer deze begrippen toegepast worden op de verhaalcultuur na Auschwitz moet volgens Hoeven “Nooit meer Auschwitz” beschouwd worden als de master narrative. Maar dit begrip is inmiddels achterhaald door latere oorlogen en genociden. “We zullen dus moeten transformeren naar nieuwe vertellers, met een toekomst gericht verhaal dat verankerd ligt in het verleden,” stelt Hoeven in haar dissertatie. Immers, door het vertellen van verhalen zijn wij in staat de geschiedenis te begrijpen en kunnen we die kennis doorgeven. ‘Nooit meer Auschwitz’ kan ons echter wel de weg vooruit wijzen als een sterke waarschuwing, zo stelt Hoeven. Maar ze is geen voorstander van het vasthouden van deze verhaalcultuur in de vorm van de master narrative, zoals andere onderzoekers voorstellen. Vast te blijven houden aan de master narrative zal uiteindelijk leiden tot achteruitgang, volgens Hoeven, omdat bij deze vorm van herinneren vaak sprake is van grote verhalen die slechts vanuit één gezichtspunt verteld worden. De andere kant van die verhalen blijven voor buitenstaanders verborgen. De verhalen werden aan ons overgeleverd op een manier die geen andere visie toelaat. Kleine persoonlijke verhalen over oorlogservaringen zullen daarom belangrijker worden. Als counterstories helpen zij om de herinneringen uit het verleden in een breder perspectief te zien en zijn ze van betekenis voor de samenleving als geheel. Daarin gaat Hoeven dus een stap verder dan Lindemann Nelson.

Aan de hand van 4 afzonderlijke persoonlijke verhalen, waaronder het verhaal van Anne Frank, verdedigt Hoeven haar stelling over de belangrijkheid van de counterstories. Ondanks hun diversiteit dragen ze allemaal een toekomstverwachting, de hoop op betere tijden, in zich. Die counterstories houden ons voor dat we moeten blijven streven naar het ideaal “het verwerkelijken van vrijheid” is de conclusie van de onderzoekster. Daarin ligt de nieuwe taak voor de volgende generatie om niet langer stil te blijven staan bij de verlieservaring van het verleden. Door die herinneringen zijn we door de jaren heen opgesloten geraakt in een beeld van mensen, die nooit meer hun beloften voor de toekomst konden inlossen. Nu, 70 jaar na het eind van de oorlog, wordt er van ons verwacht een nieuwe invulling te geven aan de betekenis van de herinneringen van onze (groot-)ouders. Dat boek mag niet gesloten worden, hoe lang de oorlog achter ons ligt en volgens Liesbeth Hoeven is dat ook niet nodig. Het is de hoop op verandering die voortaan in de verhalen moet doorklinken, alleen zo blijft de verhaalcultuur na Auschwitz van waarde en blijft het “Een boek om in te wonen”.

 

Beoordeling: X X X X Zeer goed

Advertenties