-“Bloembollen”voor westerbork – Alle G. Hoekema

“Bloembollen” voor Westerbork
Hulp door Zaanse en andere Doopsgezinden aan (protestans-) Joodse Duitse vluchtelingen in Nederland

Auteur: Alle G. Hoekema
Boekvorm: paperback, geïllustreerd
Pagina’s: 220
Uitgever: Verloren
Uitgebracht: april 2011
ISBN: 978.90.870.4219.6


Bespreking: Kamp Westerbork. Bij vele mensen bekend als het doorgangskamp voor Nederlandse Joden tijden de Tweede Wereldoorlog, omdat dit onderwerp in de loop van de jaren al veel aandacht heeft gekregen. Wat aanzienlijk minder bekend is, was de aanwezigheid van christelijke Joden in Westerbork, ook wel bijgenaamd “niet-arische christenen”. In eerste instantie betrof het vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk, later werden ook Nederlandse christelijke Joden opgepakt en naar Westerbork gestuurd. Deze christenen ontvingen hulp van de Doopsgezinden, zowel bij de opvang in Nederland als tijdens hun verblijf in het kamp. Dit bijzondere onderwerp vroeg om nadere studie en Dr. Alle G.Hoekema heeft deze studie thans gepubliceerd onder de titel “ ’Bloembollen’ voor Westerbork” en wordt uitgegeven door uitgeverij Verloren. In kader van Manuscripta Mennonitica, een reeks van de Doopsgezinde Bibliotheek en Doopsgezind Seminarium te Amsterdam, is “ ’Bloembollen’ voor Westerbork” als deel VI in deze reeks verschenen.

Centraal in deze wetenschappelijke publicatie staat de opvang en hulp aan Joodse vluchtelingen en de Joods-christelijke vluchtelingen in het bijzonder en hun belangrijkste helpers, zoals dr. Jacob ter Meulen, bibliothecaris van het Vredespaleis in Den Haag en Cornelis Inja uit Zaandam. Hij was de oprichter van de Werkgemeenschap Quakers Doopsgezinden en nam later het initiatief tot Werkgroep Zaanstreek. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, vluchtten vele Joden vanuit Duitsland en Oostenrijk naar Nederland, in beginsel ging het om kinderen. Later zochten ook volwassenen hun weg naar ons land. Onder hen bevonden zich echter ook Joden, die tot het christendom bekeerd waren. Maar vluchten betekenden niet het einde van hun problemen. Nadat zij waren aangekomen in Nederland, werden ze opgevangen in vluchtelingenkampen. Hoewel ze hulp kregen van de Nederlandse Doopsgezinden, die hun broederhuizen voor hen openstelden en de vluchtelingen voorzagen van kleding en voedsel, was dit slechts het begin van hun barre tocht van de ene plek naar de andere. In de bezettingsjaren werden ook deze Joods-christelijke mensen opgepakt en naar Westerbork afgevoerd. Het leven wat zij daar leidden, was niet eenvoudig, omdat zij feitelijk nergens bij hoorden. Immers, van Joodse kant werd hen kwalijk genomen dat zij zich afgekeerd hadden van het Joodse geloof door zich te laten dopen, terwijl de Joods-christenen door de Nazi’s toch ook werden beschouwd als Joden. Ze kregen dan ook geen eten. Reden voor de Doopsgezinden om hen te voorzien van voedsel. De illegaal verkregen voorraden levensmiddelen stonden bekend onder de codenaam “Bloembollen”. Toen Westerbork medio 1942 een Durchgangslager werd, mochten de christelijke Joden in vrijheid worden gesteld. Een aantal van hen werden echter na enige tijd alsnog weer opgepakt en in Westerbork vastgezet, zo getuigden de lijsten, waarop hun namen voorkomen.

Alle G.Hoekema zet in “ ’Bloembollen voor Westerbork’”geen volledig beeld neer van de Doopsgezinden tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar hij heeft zich beperkt tot Zaandam en Koog aan de Zaan en dat is eigenlijk niet zo onbegrijpelijk. De Zaanstreek beschikte namelijk over een aantal bedrijven, zoals Duyvis, Honig en Simon de Wit, die in handen waren van Doopsgezinde families of waar Doopsgezinden in de directie zaten en dat vergemakkelijkte de hulp, die dringend nodig was. Ondanks dat de Zaanstreek een vruchtbaar gebied was voor het werk van de Doopsgezinden lag niet alle informatie eenvoudig voor handen. De vluchtelingen hebben destijds weinig op papier gezet en de meeste informatie is daardoor afkomstig uit andere bronnen, zoals de correspondentie tussen de hulpverleners en andere persoonlijke archieven. Verder heeft de auteur gebruik gemaakt van de archieven van het NIOD en van het Herinneringscentrum Westerbork en is het boek aangevuld met notulen van de Werkgemeenschap van Quakers en Doopsgezinden Werkgroep Zaanstreek. Toch is er een interessant boek ontstaan dat een boeiend beeld geeft van een onbekende gebeurtenis dat nu na ruim zestig jaar dankzij “ ’Bloembollen ‘voor Westerbork “een plek heeft gekregen in de historie.

Beoordeling: X X X X X  Uitstekend

Aanvullende info: voor wie meer wil weten over de Doopsgezinden en hun leer is er onlangs een boek bij uitgeverij Meinema verschenen met goede bondige informatie over deze religieuze groepering: “De kracht van een minderheid” van Ciska Stark en Erik Jan Tillema.

Advertenties