-Historici en hun hardnekkige mythes over de Eerste Wereldoorlog -J.H.J. Andriessen

AndriessenHistorici en hun hardnekkige mythes over de Eerste Wereldoorlog

Auteur: J.H.J. Andriessen
Boekvorm:paperback
Pagina’s: 148
Uitgever: Aspekt
Uitgebracht: juli 2013
ISBN: 978.94.6153.284.8

 

 

 


Bespreking:
Wie iets wil weten over het verleden, raadpleegt daarvoor de literatuur, die in de loop der jaren is verschenen over een bepaald onderwerp of tijdperk. Een aantal historici heeft zelfs naam verworven als deskundigen op hun terrein, maar zijn ze wel zo deskundig als wij denken, beter gezegd als wij hopen dat ze zijn? J.H.J. Andriessen, Eerste Wereldoorlogexpert en auteur van het boek “De andere waarheid” over het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog, maakt zich al jaren sterk voor de juiste weergaven van de historische feiten. Vooral onder de Angelsaksische auteurs doen veel dwalingen de ronde, constateerde hij. Maar nu heeft Andriessen zijn grieven ook op papier gezet, zodat iedereen kennis kan nemen van zijn ergernis over de groeiende foute geschiedschrijving. Het boek kreeg de titel mee: “Historici en hun hardnekkige mythes over de Eerste Wereldoorlog.” en is uitgegeven bij Aspekt.

Het is zijn stokpaardje geworden, in verweer komen tegen de geschiedvervalsing in het bijzonder op zijn terrein de Eerste Wereldoorlog. Die onzuivere weergaven is al een tijdje gaande in het buitenland, maar nu blijken ook diverse Nederlandse historici zich schuldig te maken aan onwetenschappelijk gedrag. De auteurs in kwestie zijn niet volledig in hun beschrijvingen of hun informatie is niet juist. Sommigen doen uitspraken gebaseerd op eigen interpretatie zonder deze stellingen te onderbouwen. Vandaar dat Andriessen het noodzakelijk vond om middels zijn nieuwste boek de aanval te openen op deze beoefenaars van de pseudowetenschap, zoals hij het noemt in zijn boek. Het zijn niet de geringste publicisten tegen wie Andriessen in opstand komt, toch spaart hij ze niet en trekt hij fel van leer tegen professoren en docenten, onder wie Maarten van Rossum, von der Donk, Funnekotter en John Keegan. Het wordt de hoogste tijd dat de onderzoekers dan wel historici kritischer gaan worden in hun verkondigingen over gebeurtenissen uit het verleden, stelt de auteur in “Historici en hun hardnekkige mythes over de Eerste Wereldoorlog.”

De aanpak van Andriessen is verrassend helder.  Na eerst de gegevens van de bewuste publicatie vermeld te hebben, haalt hij puntsgewijs de uitspraken van de betreffende auteur aan, die hij vervolgens zorgvuldig toelicht en zo nodig met bewijzen onderbouwt. Juist deze uiteenzettingen maken het boek interessant om te lezen. Wat onmiskenbaar naar voren komt, is dat vooral over de Russische mobilisatie meerdere onderzoekers struikelen. Zij zien in de afkondiging van de mobilisatie door de Russen geen directe aanleiding voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, terwijl Andriessen dit juist wel ziet en als argument voert hij de geheime Frans-Russische militaire conventie van 1892-1893 aan. Sommige geleerden verklaren zelfs dat Rusland een beperkte mobilisatie afgekondigd had, terwijl Rusland tot de algemene mobilisatie besloten had, omdat volgens de generaals een beperkte mobilisatie zou falen. Een ander thema dat dikwijls ook misvattingen oplevert is Wilhelm II. Men blijft steevast volhouden aan de mythen, die rondom de keizer ontstaan zijn. Zo wordt Wilhelm II nog regelmatig verondersteld een instabiel persoonlijkheid te zijn geweest, die nauwelijks in staat was tot weloverwogen beslissingen. Met name op dit punt hebben een aantal onderzoekers de eigenaardigheid om elkaars opvattingen te herhalen zonder te verifiëren of die interpretatie wel strookt met de feiten.

“Historici en hun hardnekkige mythes over de Eerste Wereldoorlog” zal bij menig lezer verbijstering te weeg brengen, aangezien niet iedere bron betrouwbaar blijkt te zijn. Maar is het echt zo erg als Andriessen beweert? De vele voorbeelden, die de auteur aanvoert, suggereren van wel en hij blijkt niet de enige te zijn, die zich irriteert aan de slechte geschiedschrijving. Aan het einde van het boek refereert de auteur aan de oudheidkundige Jona Lendering, die eveneens behoorlijk ontstemd is over het huidige dalende niveau van de wetenschap. Ook ik heb moeten constateren dat in toenemender mate fouten verschijnen in geschiedkundige werken. Die vaststelling resulteert onvermijdelijk in de vraag naar het grote waarom. Wat is de oorzaak van deze negatieve ontwikkeling? Is de tijd veelal te krap om goed onderzoek te verrichten of heeft men geen zin om grondig te werk te gaan en misschien lonkt het geldelijk gewin meer? Een ander feit is dat velen vastgeroest zitten in bestaande stellingen, waaruit men zich moeilijk kan losmaken om open te staan voor nieuwe inzichten. Verouderde en ondertussen inadequate theorieën blijven zodoende in omloop en moeten de confrontatie aangaan met naar hun opvatting onzinnige gedachtegangen van de moderne wetenschappers. Andriessen gaat in zijn boek niet verder in op de mogelijke oorzaken. Die zijn voor hem niet van belang. De onjuistheden des te meer en daar gaat hij uitgebreid op in. In zijn kritieken op de besproken historici grijpt Andriessen voornamelijk terug op primaire bronnen, omdat daar sprake is van de werkelijkheid.

Met dit boek roept Andriessen de onderzoekers dan wel publicisten tot de orde en uit hij een waarschuwing naar toekomstige auteurs om onzorgvuldigheden te vermijden teneinde verdere achteruitgang van de geschiedschrijving te voorkomen. Maar de algemene opvatting zal eerder luiden dat de auteur verbitterd zijn kritiek wil spuien. Dat is de makkelijkste manier om de problemen naast zich neer te leggen. Toch ligt deze zaak niet zo eenvoudig, want wat moeten beginnende auteurs, c.q. onderzoekers als ze niet weten welke bronnen nog betrouwbaar zijn. Wie heeft er dan gelijk? Bij het citeren van onzuivere bronnen gaan de fout weergegeven feiten en mythen steeds meer een eigen leven leiden. Met geschiedvervalsing en eindeloze discussies over wiens opvatting de juiste is, tot gevolg. Het zou raadzaam zijn om bestaand materiaal te checken en zo nodig te rectificeren, maar dat ziet Andriessen niet gebeuren en ik verwacht dat ook niet. Gebrek aan tijd en toenemend gebrek aan financiële middelen blijven de belangrijkste obstakels om de (soms grove) onjuistheden te herstellen. Daarom is “Historici en hun hardnekkige mythes over de Eerste Wereldoorlog” een belangrijk en haast onmisbaar boek voor een ieder, die onderzoek verricht of op een andere manier historische feiten wil overbrengen, zodat in ieder geval het publiek kritischer wordt. Op die manier worden onderzoekers wellicht gedwongen ook secuurder te zijn in hun werken alvorens ze tot publicatie overgaan.

Beoordeling: X X X X  Zeer goed