-Edith Cavell – Christjan Knijff

Edith CavellEdith Cavell
Een bittere herinnering aan de Eerste Wereldoorlog

Auteur: Christjan Knijff
Boekvorm: paperback, zwart-wit afbeeldingen
Pagina’s: 198
Uitgever:Aspekt
Uitgebracht: oktober 2009
ISBN:978. 90.5911.677.1




Bespreking:
Hoe gaan we om met herdenkingen in en na oorlogstijd? Dat is de kernvraag, die filmhistoricus en journalist Christjan Knijff zichzelf stelde, toen hij deelgenoot was aan de jaarlijkse herdenking van Edith Cavell. Zij was een Britse verpleegster, die betrokken zou zijn geweest bij het Belgisch verzet in de Eerste Wereldoorlog. Tijdens die herdenking viel het Knijff op dat deze vrouw maar op beperkte schaal werd geëerd en hij besloot een onderzoek te doen naar het waarom. Het resultaat werd gepubliceerd in het boek “Edith Cavell. Een bittere herinnering aan de Eerste Wereldoorlog” dat uitgegeven werd bij Aspekt, huisuitgever van Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog.

Na haar opleiding tot verpleegster, vertrok Edith Cavell vanuit Norfolk in 1907 naar België om de leiding op zich te nemen van een pas opgerichte verpleegstersschool. Na een korte onderbreking keerde ze terug naar België, toen ze hoorde dat de oorlog was uitgebroken. Cavell stond bekend als een gerespecteerde vrouw. Ze droeg haar personeel op de gewonden zo goed mogelijk te verzorgen zonder aanzien des persoons, dus vriend en vijand. Aangezien ze werkzaam was voor het Rode Kruis, hoefde Edith Cavell geen partij te kiezen. Ze kon dit echter niet met haar geweten overeenkomen. Edith hielp mee een organisatie op te zetten, die geallieerde soldaten, die achter de frontlinies terecht waren gekomen, hielpen te ontsnappen naar Nederland. Ook jonge Belgische en Franse mannen, die dienstplichtig waren, werden door haar de grens over geholpen. In augustus 1915 kregen de Duitsers lucht van deze organisatie en werd Cavell opgepakt en beschuldigd van spionage. Ondanks protesten uit diverse landen, waaronder Nederland, werd Edith Cavell op 12 oktober 1915 toch geëxecuteerd. Al snel kwamen er geruchten in omloop dat Edith een groot deel van de groep zou hebben verraden. Van Britse kant werd dit niet bevestigd, want daar heerste een andere stemming. De Britten waren verontwaardigd dat de Duitsers vrouwen doodschoten, iets waaraan de Engelsen zich in de Grote Oorlog niet schuldig zouden maken. Edith Cavell moest daarom neergezet worden als een verzetsheldin. Daarmee werd ze de icoon van de Britse antipropaganda. Zaken als verraad en spionage konden geen plaats meer hebben in haar levensverhaal, want dan zou haar waarde als icoon teniet doen. De geschiedenis zou later uitwijzen dat Cavell wel degelijk spionne was geweest. Dankzij haar verzorging van gewonde Duitse soldaten, wist ze informatie los te krijgen, die ze doorspeelde aan de MI 1, een afdeling van de Britse geheime dienst. Over het verraad raakten de meningen verdeeld. De latere biograaf Clark-Kennedy geloofde dat Cavell niet zo zeer verraad pleegde, maar dat de Duitse ondervragers haar wijsgemaakt hadden dat alles al bekend was en dat zwijgen daarom geen zin meer had.

Maar ook na de oorlog bleef de herdenking aan Edith Cavell de nationale en internationale gemoederen bezig houden. In 1928 maakte de Britse regisseur Herbert Wilcox een film over de laatste dagen van de verpleegster, genaamd: “DAWN”. Er ontstonden discussies over het wel of niet vertonen van deze film. In de meeste landen werd de film uiteindelijk wel vertoond, doch in Nederland werd de film verboden, omdat de keuringscommissie vond dat de film juist geen anti-oorlogsfilm was, zoals werd voorgewend, maar een verslag van “een pijnlijke gebeurtenis uit de Eerste Wereldoorlog”. Nederland had getracht neutraal te blijven tijdens ’14-’18, doch dit lukte maar ten dele. Nederland haalde onder meer verontwaardiging van de buurlanden op zijn hals door asiel te verlenen aan de gevluchte Duitse keizer Wilhelm II. Een andere opmerkelijke dubieuze houding spreidde Nederland al eerder ten toon bij het bekend worden van de snelle executie van Cavell. Op verzoek van Amerika en Spanje diende de Nederlandse staat weliswaar bezwaar in, maar na enig aandringen van de Duitse autoriteiten, trok Nederland zich terug om zijn neutraliteit niet in gevaar te brengen. Aan het verbod van de film lag echter een diepere betekenis ten grondslag,  die voor de buitenwereld niet  direct zichtbaar was, zo concludeert Christjan Knijff, namelijk dat men de internationale verzoeningspolitiek, die na de oorlog op gang begon te komen, niet wilde dwarsbomen. Voor Nederland was de inname van deze houding makkelijker dan voor de overige landen, omdat hier de film nog  geen daadwerkelijke rol van betekenis speelde, aldus Knijff.

Om de materie voor buitenstaanders begrijpelijk te houden, belicht Knijff eerst de achtergronden, zoals een korte biografie van Cavell en de herdenkingscultus na de Eerste Wereldoorlog, alvorens hij het verhaal toespitst op het eigenlijke studie- object, de filmcultuur en dan met name de oorlogsfilm. De auteur doet dit zonder langdradig te worden, dankzij zijn vlotte schrijfstijl. “Edith Cavell”is een korte, maar goed uitgewerkte studie geworden dat terecht de Scriptieprijs kreeg van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog.

Beoordeling: X X X X Zeer goed