-De Grote Oorlog. Kroniek 1914-1918. Deel 26 -Red. Van der Linden

Grote oorlog-26De Grote Oorlog
Kroniek 1914-1918. Deel 26

Redactie: H. van der Linden
Boekvorm: paperback, geïllustreerd
Pagina’s: 190
Uitgever: Aspekt
Uitgebracht: april 2013
ISBN: 978.94.6153.323.4

Bespreking:Op 24 mei jl. werd tijdens de studiedag het 26ste deel van de Kroniek van de Grote Oorlog van huisuitgeverij Aspekt gepresenteerd en het is opnieuw een interessant boek geworden. Hoewel dit deel slechts drie artikelen bevat, zijn ze divers van aard.

Het boek begint meteen al met een interessant artikel: “Sneevliet en de onrust onder soldaten en matrozen in Nederlands- Indië, 1914-1918” van de hand van Dr. Ron Blom. Dit artikel zal ook geïnteresseerden van de Tweede Wereldoorlog fascineren, want Henk Sneevliet speelde ook daarin geen onbelangrijke rol als communistische verzetsstrijder, maar zijn strijd begon al vóór de Eerste Wereldoorlog. Deze geschiedenis is minstens zo interessant, want hierin tekent zich al de man af, voor wie het aangaan van de strijd voor sociale rechtvaardigheid bijna een levensvervulling werd. Sneevliet was een overtuigd communist en was actief binnen de SDAP (Sociaal Democratische ArbeidersPartij). Echter, toen in 1911 een staking in de haven uitbrak en de SDAP geen steun bood, verliet hij deze partij om lid te worden van de SDP –Sociaal-Democratische Partij, die later zou overgaan in Communistische Partij Holland. Maar door zijn steun aan de stakers raakte Sneevliet ook zijn baan bij het spoor kwijt. In Nederlands-Indië leek een mooie toekomst te liggen en hij vertrok naar de Oost, waar hij tijdelijk werkzaam was als verslaggever. Ook daar zette hij de strijd voort. Sneevliet werd lid van de Indische Sociaal-Democratische Vereeniging (ISVD) en hij was betrokken bij de oprichting van de Soldatenbond voor de KNIL-militairen, want net als in Nederland was ook in Nederlands- Indië ontrust onder de militairen ontstaan. Blom gaat uitgebreid in om die roerige tijd, zonder langdradig te worden.

Het tweede artikel is aanzienlijk korter, maar niet minder interessant.“De weg naar Sarajevo. De Oostenrijks-Hongaarse rol in juli 1914 bezien vanuit tien jaar gespannen relaties met Servië.” is geschreven door dr. Van Meeteren. Volgens deze auteur is aan de betekenis van de Oostenrijks- Hongaarse politiek bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog tijdlang buiten beschouwing gelaten. Van Meeteren refereert dan aan de zogeheten Julicrisis in 1914. Op 23 juli stelde Oostenrijk- Hongarije een ultimatum aan Servië naar aanleiding van de moordaanslag op aartshertog Franz Ferdinand. De dader was een Servische nationalist en dus eiste de Dubbelmonarchie diepgaand onderzoek. Dat leidde tot grote spanningen. Van Meeteren toont in dit artikel aan dat de wezenlijke reden voor dit spanningsveld al terug te voeren is tot de problematiek met de Zuidslaven aan het begin van de 20ste eeuw. Een interessante stelling, die de moeite van het overdenken waard is.

Van een geheel andere orde is de breedvoerige bijdrage van dr. Sjoerd de Groot. Deze zeebioloog vatte meer dan gewone belangstelling op voor de mijnenoorlog in de Eerste Wereldoorlog. Nader onderzoek leverde op dat de inzet van zeemijnen belangrijker was dan algemeen werd aangenomen. Pas laat in de oorlog drongen de mogelijkheden van het inzetten van mijnen door de strijdende partijen door. Voor de Groot is vooral de technische kant van de zeemijnen het meest intrigerend. In zijn artikel met nadruk op de mijnenoorlog in de Noordzee wijdt hij dan ook uit over de ontwikkeling van de zeemijnen, maar ook aan de schepen, die ingezet werden om de zeemijnen te plaatsen dan wel te vegen. Hoewel de Britten niet de eerste waren, die de mijnen legden en ook eigenlijk niet voorbereid waren op een mijnenoorlog, bleek achteraf wel dat de Geallieerden de meeste zeemijnen hadden gelegd. Toch lieten de Duitse marine zich ook niet onbetuigd op het gebied van de mijnenoorlog. Zij had als eerste onderzeebootmijnenleggers operationeel. De Groot belicht ruimschoots ook de Duitse ontwikkelingen van zowel de mijnen als de schepen. Tot op de dag van vandaag liggen nog vele mijnen op de bodem van de zee en ze zijn nog steeds actief. Daar zijn in de Tweede Wereldoorlog nog eens grote aantallen van beide partijen bij gekomen en ook gingen toen de ontwikkelingen door en ontstond de dieptebom. Het artikel is voorzien van vele duidelijke foto’s en illustraties en ook zijn belangrijke tabellen afgedrukt.

“De Grote Oorlog. Kroniek 1914-1918.Deel 26” is wederom een mooie aanvulling in deze serie, waarin ongetwijfeld nog vele nieuwe boeiende delen zullen volgen.

Beoordeling: X X X X Zeer goed