-De Grote Oorlog. Kroniek 1914-1918. Deel 24 -Red.Dorrestijn, v.d.Linden en Pierik

De grote oorlogDe Grote Oorlog
Kroniek 1914-1918. Deel 24

Redactie: Leo Dorrestijn, Henk van der Linden en Perry Pierik
Boekvorm: paperback
Pagina’s: 204
Uitgever: Aspekt
Uitgebracht: mei 2012
ISBN: 978.94.6153.207.7

 

 

Bespreking:Over twee jaar is het 100 jaar geleden dat de Grote Oorlog of Eerste Wereldoorlog uitbrak. In Nederland is de aandacht voor deze oorlog altijd ondergeschikt geweest aan de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Nederland was immers neutraal in de jaren 1914-1918 wordt er vaak gezegd. Toch ging deze oorlog zeker niet aan Nederland voorbij. Daarvan getuigt het boek “De Grote Oorlog –kroniek 1914-1918. Deel 24” dat door uitgeverij Aspekt onlangs is uitgebracht. In deze kroniek zijn vijf essays opgenomen, waarvan drie handelen over Nederland.

Aspekt is al enige tijd bezig met deze kroniek, die de Eerste Wereldoorlog door middel van foto’s, teksten en documenten tracht weer te geven en inmiddels heeft deel 24 dus het licht mogen zien. De bedoeling van de redactie, bestaande uit Leo Dorrestijn, Henk van der Linden en Perry Pierik, is om minder bekende onderwerpen uit dit tijdvak aan de orde te stellen. Daarin is de redactie ook dit keer in geslaagd. Allereerst staan er twee korte essays in, waarin de Grote Oorlog wordt bezien door de ogen van componist Claude Debussy en de schrijver Frederik van Eeden. Op beide kunstenaars maakte het uitbreken van die oorlog grote indruk, in het bijzonder de bezetting van België. Vooral Frederik van Eeden ging gebukt onder depressies en melancholie. In het derde essay wordt stil gestaan bij de geschiedschrijving over Oostenrijk in de periode juli-augustus 1914. Over de oorzaken, die aanleiding hebben gegeven tot de Eerste Wereldoorlog worden nog altijd vele discussies onder historici gevoerd. Auteur Hans Terpstra ging op zoek naar een verklaring en concludeerde dat de belangrijkste deelnemers de Duitse en Oostenrijkse historici afstand hadden genomen van deze discussies. De laatste decennia echter constateren zowel Oostenrijkse als niet-Oostenrijkse historici dat de toenmalige Oostenrijkse regering bewust besloten had tot een oorlogsverklaring tegen Servië met het risico op een Europese oorlog.

De meeste ruimte wordt ingenomen door de laatste twee en zeker niet de minst interessante essays. In het essay van Laura Almagor staat de militairgeneeskundige verzorging in Nederland centraal. Nederland ving tijdens de Grote Oorlog grote aantallen gewonden op en dat was niet eenvoudig. Buiten personeelstekort zag het personeel van de Militair Geneeskundige Dienst zich gesteld voor grote problemen als gevolg van gifgassen en het gebrek aan hygiëne in de loopgraven wat leidde tot infecties. Men kon niet terugvallen op eigen oorlogservaringen, dus was men ook nog eens afhankelijk van de vakpers, die berichtte over ervaringen in het buitenland. Ook werden de hulpverleners geconfronteerd met Shell shock ofwel ernstige psychische stoornissen, wat nu ptss genoemd zou worden. Doch de oorlog bracht ook vooruitgang. Zo werd de militairveterinaire zorg een zelfstandig dienstvak, evenals de militair pharmaceutische dienst en kwamen er militaire tandartsen. Bij de marine waren al tandartsen actief, maar nu werden ze actief binnen de gehele krijgsmacht.

Het boek wordt afgesloten met het essay van Harmen Meek. Eigenlijk was het de masterthesis, waarin de auteur onderzocht hoe de Eerste Wereldoorlog in het geheugen van onze natie is blijven hangen. Hij verdeelt dat geheugen in 4 elementen: het collectief geheugen, het sociaal geheugen, het politiek geheugen, het cultureel geheugen. Politieke herinnering aan deze oorlog is volgens Meek veel te weinig echt gewicht gegeven, waardoor de herinnering in ons land voornamelijk een culturele herinnering is geworden. Internationaal echter werd en wordt nog steeds veel aandacht besteed aan de Eerste Wereldoorlog. In zijn essay laat Meek zien hoe die herdenkingen in de loop der tijden gevormd werden tot wat ze nu zijn. De auteur vergelijkt daarbij de herdenkingen in de ons omringende landen als Engeland, Frankrijk en Duitsland, die ieder een eigen herdenkingscultuur ontwikkeld hebben. Uitgangspunt was in het begin de herdenking van de gevallenen. Er kwamen speciale begraafplaatsen in Frankrijk en Duitsland en als monument voor rouw ontstond het graf van de onbekende soldaat in de drie landen. Maar steeds meer kwam men tot de conclusie dat de Grote Oorlog de wereld voorgoed veranderd had. Ook in Nederland drong dit besef door en kwam er een sterke antimilitaristische stroming op gang dat zelfs leidde tot de oprichting van de Nooit-Meer-Oorlog-Federatie. Maar het tij lijkt te keren. Meek stelt vast dat de laatste jaren ook in Nederland de aandacht voor de Grote Oorlog begint toe te nemen.

Met “De kroniek van de Grote Oorlog. Deel 24” is de redactie er wederom in geslaagd een boeiend boek te laten verschijnen, waarin duidelijk wordt dat de Eerste Wereldoorlog meer was dan alleen maar een loopgravenoorlog.

Beoordeling: X X X X Zeer goed

Advertenties