– Wat ze droegen -Tim O’Brien

Wat ze droegen

Auteur: Tim O’Brien
Boekvorm: paperback
Pagina’s: 256
Uitgever: Meulenhoff
Uitgebracht: november 2012
ISBN: 978.90.2908.874.9

 

 


Bespreking:
De oorlog in Vietnam ( 1955- 1975) werd voor de Amerikanen zonder twijfel één van de meest omstreden oorlogen sinds de Tweede Wereldoorlog. Voor hen werd deze oorlog al snel een oorlog zonder uitzicht op een overwinning. Tim O’Brien diende als militair in die oorlog en samen met zijn kameraden maakte hij die strijd intensief mee en die ervaringen houden zijn gemoed nog dagelijks bezig. Om beter grip te krijgen op zijn traumatische ervaringen is hij jaren geleden begonnen met schrijven over de oorlog in “Nam”, zoals de Amerikanen het land ook dikwijls noemen. Niet om een standpunt in te nemen over het politieke beleid wat destijds gevoerd is, maar om de lezers bewust te laten worden van de impact dat die oorlog gehad heeft op de manschappen. Dat geldt ook voor het in 1999 verschenen deels autobiografische en deels fictieve boek “The things they carried”. Dit boek is thans in het Nederlands verschenen bij uitgeverij Meulenhoff onder de titel: “Wat ze droegen”.

In dit anti-oorlogsboek draait het om de mannen van de Amerikaanse Alpha Compagnie, die gelegerd zijn in Vietnam. Het zijn allemaal jonge mannen in de leeftijd van 19 à 20 jaar. Maar het boek is geen verslag van de strijd geworden met uitgebreide beschrijvingen van gevechtsscènes. Integendeel, de Vietnam-oorlog is slechts de rode draad, waarlangs de hoofdstukken geleid worden, die ieder een afzonderlijk verhaal bevatten, terwijl ze toch verband houden met elkaar. Soms is de auteur zelf aan het woord, dan weer geeft hij één van de manschappen het woord. “Wat ze droegen” is eerder een haast wanhopige poging om te doorgronden hoe ernstig de invloed van de oorlog kan zijn op de mensen, die deelnemen aan de strijd, ook al ontkent de auteur dat schrijven voor hem een vorm van therapie is. De waanzin van de oorlog haalt het beestachtige in de mens naar boven. Mensen zijn ineens tot extreme handelingen in staat, waartoe ze onder normale omstandigheden nooit toe in staat zijn. Wanneer hij zelf als hoofdpersoon aan het woord is, O’Brien overpeinst onder het schrijven hoe al die oorlogservaringen het beste aan het papier toe vertrouwd kunnen worden. Oorlog staat immers ook voor grof taalgebruik en dat schrikt mensen soms af. Hij realiseert zich ook dat buitenstaanders zijn verhalen graag aanhoren en/of lezen en de emoties hen ook daadwerkelijk raken. Maar daarmee ondergaat het publiek de essentie van die ervaringen niet, constateert hij af en toe bitter.

Het boek is zeer ingenieus geschreven. Niet verbazingwekkend dus dat het boek in 1991genomineerd werd voor de Pulitzer Price en de National Book Critics Circle Award. O’Brien laat de rauwe kanten van deze oorlog zien, die in feite geldt voor iedere oorlog, zoals de angst om op het slagveld te moeten sterven, de barre omstandigheden, waaronder geleefd moet worden en de vaak traumatische confrontaties als het moeten doden en het sterven van een kameraad. Allemaal gebeurtenissen, waarop de jonge strijders totaal niet voorbereid zijn. In een uiterst kort tijdsbestek moeten jonge mannen als die van de Alpha Compagnie volwassen worden, waardoor ze anders tegen het leven gaan aankijken en hun jeugdherinneringen meteen al een heel andere dimensie krijgen. Tegelijk toont O’Brien in dit boek een sterk staaltje van literair schrijven. De titel “Wat ze droegen” bijvoorbeeld is door de auteur bijna als een soort gedicht door het eerste hoofdstuk vervlochten. Het is een lijst, waarin de auteur alles opsomt wat een militair, die de strijd in gaat, bij zich behoort te hebben, afhankelijk van zijn rang en functie tijdens zijn missie en die lijst is niet gering. Maar daarnaast dragen de manschappen ook persoonlijke dingen bij zich, die hen herinnert aan thuis. Desondanks is de strijder niet opgewassen tegen datgene wat hem werkelijk te wachten staat, de mentale impact. Die leiden echter tot de extra bagage, die hij de rest van zijn leven moet meedragen. Zaken als moed, lafheid, schuldgevoel zijn in de plaats gekomen voor de materiële bagage, die ze bij thuiskomst hebben achtergelaten. Al zal een buitenstaander nooit helemaal ten volle kunnen begrijpen wat een militair in oorlog meemaakt, Tim O’Brien brengt met zijn boek“Wat ze droegen” die belevingswereld wel een stuk dichterbij.

Beoordeling: X X X X  Zeer goed