-Koude Oorlog -Red. Oosterboer, Pierik, Reijmerink

Koude Oorlog -Deel 1
Politiek – Diplomatie – Oorlog – Mens en maatschappij – Spionage

Redactie: Frank Oosterboer, Perry Pierk en Marcel Reijmerink
Boekvorm: paperback met zwart-wit illustraties
Pagina’s: 156
Uitgever: Aspekt
Uitgebracht:  2017
ISBN: 978.94.6153.886.4


Bespreking
Met de oplopende spanningen tussen Oost en West heeft Perry Pierik, directeur van uitgeverij Aspekt, het plan opgevat om een nieuw project op te zetten over een belangrijke periode in het verleden die zich thans lijkt te herhalen: de Koude Oorlog. Qua stijl geheel in de lijn van de reeds bestaande bulletins over de Eerste en Tweede Wereldoorlog, waarin door een aantal auteurs het tijdvak van de gewapende vrede tussen de communistische en de kapitalistische wereld herontdekt wordt. En zie daar, een nieuwe serie is geboren: ‘Koude Oorlog’ onder redactie van Frank Oosterboer, Marcel Reijmerink en Perry Pierik uiteraard. Onlangs is het eerste deel verschenen en die is voor een groot deel gewijd aan Nederland ten tijde van de Koude Oorlog.

De angst voor het communisme bestond al langer. Vóór de Tweede Wereldoorlog vormde die angst een belangrijke leidraad voor de Europese landen, maar ook voor de Verenigde Staten om geen actie te ondernemen tegen de komst van Adolf Hitler als Rijkskanselier. Een buffer was nodig en als nazi-Duitsland die taak op zich wilde nemen, waarom zouden ze hem tegenhouden? Maar ook in de jaren na ‘40-’45 bleef die angst het Westen domineren. De Wereldoorlog ging geleidelijk over in de Koude Oorlog. Duitsland werd in vier zones verdeeld en Europa ging een nieuwe toekomst tegemoet.

Hoe ging Nederland om met die dreiging? Hoewel Nederland in de beide wereldoorlogen Nederland getracht had neutraal te blijven, ontkwam men niet aan de Koude Oorlog. De vijandige houding tegen de communisten explodeerde in 1956, na het Russische ingrijpen in Hongarije en Polen, waar burgers in verzet waren gekomen tegen het communistische bewind. De verbolgenheid onder een groot aantal Nederlanders – ook nog eens gevoed door de gruwelverhalen over de Russische troepen in de Tweede Wereldoorlog – leidde tot heftige demonstraties en woede-uitbarstingen. Vooral het gebouw van de CPN (Communistische Partij Nederland), waar ook de krant De Waarheid gedrukt werd, Felix Meritis moest het zwaar ontgelden. Over die gebeurtenissen schrijft socioloog Jos van Dijk uitgebreid in het eerste artikel in deze bundel.
Die vijandigheid was echter ook merkbaar bij de Nederlandse overheid naar haar eigen burgers toe, zoals blijkt uit het persoonlijke verhaal van Rudi Hartshoorn over zijn vader Willem Lodewijk Harthoorn. Als overlevende van de concentratiekampen wilde Harthoorn een verzetspensioen aanvragen. Maar hij stuitte op tegenwerking van de overheid, omdat hij zich bezig had gehouden met communistische activiteiten.

Maar er was meer aan de hand. De eerste tien jaar na de WO2 had de Koude Oorlog een grote invloed op de Nederlands-Duitse relaties. Dit thema komt aan de orde in de bijdrage van historicus Martijn Lak. Duitsland was voor Nederland altijd al een zeer belangrijke handelspartner, maar door de ontstane opdeling verliep handel drijven tergend moeizaam. Niet zo verwonderlijk dat toen er plannen op tafel kwamen om het westen van Duitsland te helpen met de opbouw van de Bondsrepubliek, Nederland dit voornemen toejuichte. Snel werd ook duidelijk dat de ondertussen opgerichte NAVO eigenlijk niet zonder de steun van West-Duitsland kon. Waar de Engelsen en de Fransen nog moeite hadden met deze ontwikkeling, was Nederland vrijwel direct voorstander van het Duitse herbewapeningplan. De angst voor een mogelijke communistische overheersing zat zo diep geworteld dat een goed verdedigde zone, die Rusland ver verwijderd hield van ons kleine land, veel belangrijker was dan Duitsland verantwoordelijk houden voor de gruwelijke vervolgingen en aangedaan leed in de concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo komt naar voren uit dit artikel van Lak. Dat een machtsblok noodzakelijk was om de Sovjet-Unie in toom te houden, was ook de mening van generaal Charles De Gaulle en dat kon Europa zijn. Maar dan wel onafhankelijk van Amerika en met een grote rol voor Frankrijk vond hij. Harrie Seeverens schrijft over dat streven van De Gaulle in zijn bijdrage aan de hand van diens memoires en hij legt ook uit waarom dat plan mislukte. De steun ontbrak uit zowel eigen gelederen als van Engelse kant, zij gaven voorkeur aan een bondgenootschap met Amerika en die had andere doelstellingen voor Europa. Alles moest eraan gedaan worden om het verarmde Europa uit handen van het communisme te houden.

Hoe gevaarlijk was het communisme? Landen met een communistisch bewind werden gekenmerkt door een hiërarchisch systeem met een zeer strenge discipline. Orders kwamen van bovenaf en men verwachtte volledige toewijding aan het bewind. Tegengeluid, hoe klein ook, werd niet getolereerd en de verkondigers van dat geluid werden veroordeeld als verraders. In de bundel worden twee voorbeelden aangehaald. Hans Veldman belicht het verhaal van luitenant-kolonel Stanislav Petrov. Aan een opdracht om een Russische tegenaanval met kernraketten in te zetten, gaf hij geen gehoor. Een actie die in het westen gezien zou worden als een heldendaad, werd in Rusland bestraft met vervroeg pensioen.
Marcel Reijmerink staat stil bij rockzanger Udo Lindenberg. In de toenmalige DDR waren zijn liederen enorm populair. Maar om daar concerten te kunnen geven, ondervond hij flinke tegenwerking. Zijn aansporing tot vrijheid van het individu werd niet op prijs gesteld door de Oost-Duitse machthebbers. Uiteindelijk lukte het Lindenberg om eenmalig een concert te geven, doch arrestaties van ‘anarchistische jongeren’ bleef niet uit.

Tegengeluiden van gevluchte Sovjetburgers werden evenmin door het regime gewaardeerd. Daarvan getuigt het verhaal over Sovjetdiplomaat Arkady N. Shevchenko die in 1978 overliep naar het Westen in de bijdrage van Perry Pierik. De Sovjetmacht reikte tot ver over de grenzen en sterfgevallen van bedenkelijke aard waren daar bewijzen van. En sinds Poetin nog altijd als we de verhalen omtrent de dood van de dissident Aleksandr Valterovitsj Litvinenko moeten geloven. Hij overleed in 2006 in Londen onder verdachte omstandigheden (vergiftiging met polonium), omdat hij een tegenstander was van het bewind van Poetin.

‘Vrijheid tegenover onderdrukking. Kapitalisme tegenover een onhaalbaar socialistisch-communistisch ideaal’ schrijft Marcel Reijmerink in zijn bijdrage. Een kernachtige uitspraak en in het kort ook de toonzetting van deze bundel. Geen verrassende opvatting. Maar was het communisme echt zo slecht als altijd beweerd wordt? Waarom is er dan onder de burgers toch weer een verlangen naar dat omstreden verleden? Het enige zwakke verweer in deze bundel is afkomstig van Marie-Thérèse Ter Haar. Bijna, alsof ze zichzelf schuldig voelt, laat ze een heel andere kant van de Sovjet-Unie zien, daterend uit de tijd dat ze studeerde in het toenmalige Leningrad. Kinderen werden gestimuleerd om uit te blinken op school, in sport of kunst. Jarenlang stonden de technische prestaties van de sporters, het Russische ballet en de musici op een hoog niveau en werden ze vereerd als ware helden. Het onderwijs was daarom gratis. Net als andere basisvoorzieningen, zoals gas, water, elektriciteit, medische zorg en vervoer. Toen begonnen werd met de Perestrojka (staatkundige en economische hervormingen) veranderde er veel. Voor de basisbehoeften moest voortaan fors betaald worden en er vielen massaontslagen. De droom te behoren bij het kapitalistische Westen spatte ruw uiteen. Hij bracht de burger niet datgene, waarop men hoopte en Michael Gorbatsjov had voorgoed afgedaan.

Er loerde echter een ander nog groter gevaar dat meevoer in het kielzog van het communisme en dat de wereld op de rand van vernietiging bracht. Een aanval met atoombommen. De angst voor de ‘Russen’ dat zij bij machte waren om kernwapens te gebruiken, bereikte zijn hoogtepunt. Frank Oosterboer, één van de redacteuren wijdt zich in zijn artikel aan ‘de beeldvorming rond de eerste en enige grootschalige BB-voorlichtingscampagne. De nucleaire wapenwedloop had zijn hoogtepunt nog lang niet bereikt en omdat de politieke taal steeds dreigender werd, was het noodzakelijk om de burgers goede voorlichting te geven en hen te beschermen tegen een kernoorlog. Dat leidde in 1952 tot de oprichting van de BB –Bescherming Bevolking. Een organisatie die niet serieus genomen werd door gebrek aan middelen. Iets waarmee we in onze huidige tijd ook weer mee te kampen hebben als we naar onze defensie kijken. En dat brengt ons terug bij de dreiging van een nieuwe koude oorlog. De Russische beer gromt stevig en bij velen neemt de angst weer zienderogen toe.

‘De Koude Oorlog is terug van weggeweest’, zo begint deze bundel. Je zou dan ook een brug naar de hedendaagse situatie verwachten, immers de terugkeer is de aanleiding voor deze nieuwe serie, doch die koppeling blijft vooralsnog uit. Of de Koude Oorlog daadwerkelijk in zijn totale omvang terugkeert, valt nog te bezien. Door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is Rusland niet meer het indrukwekkende machtsblok wat het ooit was. Maar dat een ijzige kou het politieke wereldklimaat domineert, is zeker. De burgeroorlog in Syrië, de inmenging van Rusland in het conflict in de Oekraïne en de Russische annexatie van de Krim hebben ertoe geleid dat de relaties tussen Rusland en het Westen op een dieptepunt zijn beland. Daarover zijn de analisten het eens. Het idee om de geschiedenis van de Koude Oorlog te herontdekken is ook zeker toe te juichen en deze eerste bundel is een interessant begin van een initiatief dat kan uitgroeien tot een aantrekkelijke serie. Het is divers opgezet. Naast de hier besproken bijdragen bevat deze bundel ook nog bijdragen van Pieter-Jan Verstraete over Robert Conquest, historicus en dichter, hij trachtte het bewind van Stalin te ontrafelen; van Reinhard Kurek over Büren, een Duits provinciestadje, waar in de jaren ’60 in opdracht van de NAVO een kazernecomplex verrees voor het opslaan en bewaken van atoomwapens. Opmerkelijk is ook hier de keuzes die gemaakt werden. Terwijl overal de vredesdemonstraties groeiden, kwam het in Büren nauwelijks tot protest. Voor de ingezetenen wogen de economische belangen zwaarder en tegenwoordig wil men liever vergeten welke wapens er in hun stad opgeslagen lagen. Verder een artikel van Sandra van Lochem- Van der Wel over Korps Luchtwachtdienst, opgericht als onderdeel van de luchtverdediging van Nederland. Duizenden vrijwillige mannen en vrouwen bemanden een netwerk van uitkijkposten met de opdracht ‘het waarnemen, melden en volgen van laagvliegende vliegtuigen’. Tenslotte van René van Rooy met een deel uit zijn dagboek dat handelt over het bezoek van de toenmalige Minister van Justitie De Ruijter aan Hongarije beginjaren ’80, waarbij van Rooij als wetgeving ambtenaar belast was bij de voorbereiding en uitvoering van dat werkbezoek. De bundel is voorzien van zwart-wit beeldmateriaal. Enkele bijdragen zijn fragmenten uit eerder verschenen boeken van Aspekt.

 

Beoordeling: X X X X Zeer goed

Advertenties